Prioriteit: 🟠 Midden
In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als “leg uit met de VSEPR-theorie dat … (niet) vlak is” of “hoe groot is de bindingshoek” (2p).
Wat moet je kunnen?
- Het omringingsgetal van een atoom bepalen uit de lewisstructuur.
- De ruimtelijke bouw en bindingshoek voorspellen.
- Uitleggen waarom een molecuul (niet) vlak is, of waarom de werkelijke hoek afwijkt.
De kern
Omringingsgetal = aantal gebonden atomen + aantal vrije elektronenparen (een dubbele of drievoudige binding telt als één).
| Omringingsgetal | Vorm | Hoek |
|---|---|---|
| 2 | lineair | 180° |
| 3 | plat (driehoek) | ongeveer 120° |
| 4 | tetraëder | ongeveer 109° |
- Met vrije paren “zie” je alleen de atomen: NH₃ (4, één vrij paar) is een piramide, H₂O (4, twee vrije paren) is gehoekt.
- Een atoom met omringingsgetal 4 ligt niet in één vlak met zijn buren.
- In een kleine ring (drie- of vierring) wordt de hoek gedwongen kleiner dan VSEPR voorspelt (ringspanning).
- De vorm bepaalt of een molecuul een dipool is (zie Polariteit van moleculen).
Zo wordt het gevraagd
- “Leg uit hoe groot de verwachte bindingshoek C–O–C in een molecuul propeenoxide is volgens de VSEPR-theorie. Leg uit … hoe groot de bindingshoek … werkelijk is” (2026-1): 2p.
- “Leg uit dat de structuur … niet vlak is. Gebruik hierbij de VSEPR-theorie” (2023-2): omringingsgetal 4 van N → tetraëder.
Uitgewerkt voorbeeld
Bindingshoek in een driering (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 23)
Propeenoxide heeft een ring van twee C-atomen en één O-atoom.
- O: 2 gebonden atomen + 2 vrije paren → omringingsgetal 4 → VSEPR voorspelt ongeveer 109°.
- De drie atomen vormen een driehoek: de hoeken van een driehoek zijn samen 180°, dus gemiddeld 60°.
- De werkelijke hoek is dus veel kleiner dan de VSEPR-voorspelling (ringspanning).
Valkuilen
- Een dubbele binding als twee “omringingen” tellen.
- Vrije elektronenparen vergeten mee te tellen.
- Een C met vier bindingen “plat” tekenen en daaruit conclusies trekken.
Test jezelf
Wat is de vorm van CO₂ en de bindingshoek?
C heeft 2 gebonden atomen, geen vrije paren → lineair, 180°.
Is NH₃ plat?
Nee: omringingsgetal 4 (3 H + 1 vrij paar) → piramide.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 23: verwachte en werkelijke C–O–C-hoek in propeenoxide (2p)
- 2023 tijdvak 2, vraag 2: waarom de structuur niet vlak is, met VSEPR (2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 10: bindingshoeken bij de lewisstructuren van CO₂ en H₂O
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 3 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 37,5%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 23
- 2024 tijdvak 2: vraag 2
- 2024 tijdvak 1: vraag 14
- 2023 tijdvak 2: vraag 2
- 2023 tijdvak 1: vraag 10