Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren: in bijna elke rekenvraag staat een afrondinstructie (“Geef je eindantwoord in twee decimalen”), en de afrondregel geldt voor het hele examen.
Wat moet je kunnen?
- Doorrekenen met onafgeronde waarden (geheugen van de GR), en pas aan het eind afronden.
- De afrondinstructie exact volgen, of zelf een zinnige nauwkeurigheid kiezen als die ontbreekt.
- Bij drempelwaarden (“ten minste”, “hoogstens”) in de goede richting afronden.
De kern
| Regel | Inhoud |
|---|---|
| tussentijds afronden | mag genoteerd worden, maar reken verder met de exacte waarde |
| ander eindantwoord door afronden | −1 scorepunt (per vraag), bij Wiskunde B zonder maximum |
| uitzondering | de context vereist afronden (bijv. een aantal personen is geheel) |
| afrondinstructie | het eindantwoord moet eraan voldoen, ook als je een exacte vorm hebt |
| geen instructie | kies zelf een zinnige nauwkeurigheid uit de context |
- “Ten minste” of “minimaal nodig”: naar boven afronden, ook als gewoon afronden omlaag zou gaan.
- Een rekenfout of verschrijving kost ook een scorepunt (vakspecifieke regel 1).
Zo wordt het gevraagd
- “Geef je eindantwoord in twee decimalen.” / ”… als geheel getal.” / ”… in vier decimalen.” (2026-2: 7 keer in één tijdvak).
- “Geef je eindantwoord in centimeters nauwkeurig.” (2025-1 vraag 12).
- De regel zelf staat bij de vakspecifieke regels van elk correctievoorschrift.
Uitgewerkt voorbeeld
Afgeronde groeifactor geeft ander antwoord
Een hoeveelheid groeit met factor per jaar. Na hoeveel jaar is ze verdubbeld?
- Goed: jaar.
- Fout: met afgeronde factor : jaar.
Het afgeronde tussenantwoord geeft een ander eindantwoord: −1 scorepunt.
Drempel: ten minste
Er zijn ten minste dozen nodig. Antwoord: 21 dozen (naar boven, want 20 is te weinig).
Valkuilen
- Een tussenantwoord afronden en daarmee verder rekenen.
- De instructie negeren (“in twee decimalen” en je geeft er één).
- Bij “ten minste” of “hoogstens” gewoon afronden.
Test jezelf
Je vindt en de vraag zegt "in twee decimalen". Wat schrijf je op?
2,35.
Kost tussentijds afronden altijd een punt?
Nee, alleen als het eindantwoord daardoor anders wordt (of als de context geen afronding toelaat).
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 2, vraag 10: eindantwoord in vier decimalen (7p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 12: in centimeters nauwkeurig (3p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 9: getallen in twee decimalen (7p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2018, 2019, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025, 2026 — 100%.
- 2026 tijdvak I
- Vraag 8 (2p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 9 (7p): “Geef de getallen in je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 10 (3p): “Bereken deze waarde van t. Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 17 (4p): “Rond je eindantwoord af op twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (aftrek 1 scorepunt per rekenfout) en regel 4a/4b (afronden van tussenantwoorden mag leiden tot puntenaftrek, tenzij de context afronden van tussenantwoorden vereist) gelden voor het hele examen — expliciet zo geformuleerd in de vakspecifieke regels van het correctievoorschrift. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing.
- 2026 tijdvak II
- Vraag 4 (6p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 5 (6p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 6 (5p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 9 (5p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 10 (7p): “Geef je eindantwoord in vier decimalen.”
- Vraag 13 (4p): “Geef je eindantwoord als een geheel getal.”
- Vraag 16 (5p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 4a/4b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (rekenfout/verschrijving) gelden voor het hele examen. Komt 7× expliciet terug in de vraagstelling — zeer dominant dit tijdvak.
- 2025 tijdvak I
- Vraag 10 (6p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 12 (3p): “Geef je eindantwoord in centimeters nauwkeurig.” (aanvulling op correctievoorschrift wijzigt hier zelfs een tussenstap in het model)
- Vraag 16 (4p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 18 (6p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 4a/4b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2025 tijdvak II
- Vraag 5 (4p): “Geef je eindantwoorden in drie decimalen.”
- Vraag 6 (5p): “Bereken … hoeveel minuten dat duurt. Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 7 (4p): “Geef je eindantwoorden in twee decimalen.”
- Vraag 16 (3p): “Bereken de inhoud van het omwentelingslichaam… Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 4a/4b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling.
- 2024 tijdvak I
- Vraag 2 (4p): “Geef je eindantwoord in drie decimalen.”
- Vraag 3 (3p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 5 (4p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 7 (5p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 17 (3p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 18 (4p): “Geef je eindantwoord in honderdduizendtallen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (aftrek voor rekenfouten) en regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 6× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met numeriek eindantwoord.
- 2024 tijdvak II
- Vraag 6 (3p): “Bereken deze maximale afstand. Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 12 (6p): “Rond je eindantwoord af op twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden, zonder maximum bij wiskunde B) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 2× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2023 tijdvak I
- Vraag 3 (4p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 4 (5p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 5 (3p): “Geef je eindantwoord als een geheel getal.”
- Vraag 14 (4p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (tussentijds afronden dat tot ander eindantwoord leidt kost 1 punt) geldt voor het hele examen. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2023 tijdvak II
- Vraag 4 (3p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 5 (4p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 10 (5p): “Geef je eindantwoord in meters per seconde in één decimaal.”
- Vraag 11 (5p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 16 (6p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (1 scorepunt aftrek per rekenfout) gelden voor het hele examen. Komt 5× expliciet terug in de vraagstelling.
- 2022 tijdvak I
- Vraag 2 (5p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 13 (3p): “Geef je eindantwoord in honderden meters nauwkeurig” — met een aanvulling op het correctievoorschrift die dit expliciet verduidelijkt (afronding vanaf x = 5100 telt goed).
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (1 scorepunt aftrek per rekenfout) en regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 2× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing.
- 2022 tijdvak II
- Vraag 10 (5p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 13 (6p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 2× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2022 tijdvak III
- Vraag 3 (5p): “Geef je eindantwoord in gehele graden nauwkeurig.”
- Vraag 10 (3p): “Geef je antwoord in één decimaal nauwkeurig.”
- Vraag 11 (4p): “Rond je berekende waarden zo nodig af op drie decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (rekenfout/verschrijving, 1 punt aftrek zonder maximum bij wiskunde B) en regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 3× expliciet terug in de vraagstelling.
- 2021 tijdvak I
- Vraag 3 (5p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 6 (6p): “Geef de coördinaten in je eindantwoord als gehele getallen.”
- Vraag 7 (6p): “Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 9 (7p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 4× expliciet terug in de vraagstelling.
- 2021 tijdvak II
- Vraag 10 (5p): “Bereken dit rentepercentage p. Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 15 (5p): “Bereken de waarde van φ … Geef je eindantwoord in hele graden.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (rekenfout/verschrijving −1 punt) en regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 2× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing.
- 2021 tijdvak III
- Vraag 9 (4p): “Bereken deze waarde van C in m³/s met behulp van formule 1. Geef je eindantwoord als geheel getal.”
- Vraag 10 (7p): “Bereken de y-coördinaat van P voor deze situatie. Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 15 (3p): “Bereken de inhoud van dit omwentelingslichaam. Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 1 (aftrek voor rekenfouten), 2 (toelichting GR-gebruik) en 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 3× expliciet terug in de vraagstelling, plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2019 tijdvak I
- Vraag 6 (3p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 7 (6p): “Geef je eindantwoord in gehele meters.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Bovendien is er dit tijdvak een aanvulling op het correctievoorschrift (2019-1) die bij v5, v9 en v14 expliciet extra scoreruimte (0/1/2 punten) toevoegt aan specifieke antwoordelementen.
- Komt 2× expliciet terug in de vraagstelling, plus de aanvulling is een tijdvak-specifiek aandachtspunt.
- 2019 tijdvak II
- Vraag 1 (4p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 3 (6p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 5 (4p): “Geef m in twee decimalen en C als geheel getal.”
- Vraag 7 (5p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 9 (4p): “Geef je eindantwoord in twee decimalen.”
- Vraag 12 (5p): “Geef je eindantwoord in één decimaal.”
- Vraag 13 (4p): “Geef je eindantwoorden in twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (1 scorepunt aftrek bij doorrekenen met afgeronde tussenantwoorden, tenzij de context afronden van tussenstappen vereist) geldt voor het hele examen. Komt 7× expliciet terug in de vraagstelling — het dominantste terugkerende instructie-element dit tijdvak.
- 2018 tijdvak I
- Vraag 9 (4p): “Rond je eindantwoord af op twee decimalen.”
- Vraag 10 (4p): “Rond je eindantwoord af op twee decimalen.”
- Vraag 11 (5p): “Rond de getallen in je eindantwoord af op twee decimalen.” (met een expliciete opmerking in het correctievoorschrift dat afronden van e tot twee decimalen geen scorepunten kost)
- Vraag 13 (4p): “Rond je eindantwoord af op drie decimalen.”
- Vraag 16 (5p): “Rond je eindantwoord af op twee decimalen.”
- Algemeen: vakspecifieke regel 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) en regel 1 (aftrek voor rekenfouten) gelden voor het hele examen. Komt 5× expliciet terug in de vraagstelling (23 scorepunten betrokken), plus generiek van toepassing op elke vraag met een numeriek eindantwoord.
- 2018 tijdvak II
- Vraag 3 (4p): “Bereken algebraïsch dit quotiënt bij deze ijsbol. Rond je eindantwoord af op 2 decimalen.”
- Vraag 4 (5p): “Bereken hoeveel cm de ijsbol boven het water uitsteekt (…). Rond je eindantwoord af op 2 decimalen.”
- Vraag 5 (5p): “Bereken vanaf welk geheel aantal minuten er voor het eerst geen ijs meer aanwezig is.” (afronden naar een geheel aantal, met context-afhankelijke afrondingsrichting).
- Algemeen: vakspecifieke regels 1 (1 punt aftrek per rekenfout) en 3a/3b (afronden van tussenantwoorden) gelden voor het hele examen. Komt 3× expliciet terug in de vraagstelling van opgave “IJsbol” (14 scorepunten samen).
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)