Prioriteit: 🔴 Hoog
In 5 van de 6 onderzochte examenjaren: ratio berekenen en vergelijken, teller-noemereffect van een maatregel, en de beperkingen van de ratio.
Wat moet je kunnen?
- Current ratio en quick ratio berekenen uit een balans.
- Het effect van een gebeurtenis beredeneren via teller en noemer.
- Uitleggen waarom de ratio’s maar beperkte informatie geven.
De kern
- Hoger = beter liquide. Een current ratio boven 1 betekent dat de vlottende activa het kort vreemd vermogen dekken.
- De quick ratio is strenger: voorraden zijn niet snel in geld om te zetten.
- Beperkingen: het is een momentopname; het zegt niets over wanneer schulden moeten worden betaald of wanneer geld binnenkomt; sommige posten (vooruitontvangen bedragen) leiden niet tot een betaling (zie Vormen van kort vreemd vermogen).
- Banken gebruiken liquiditeitseisen als voorwaarde (zie Voorwaarden vermogensverschaffers).
Zo wordt het gevraagd
- Quick ratio op twee balansdata berekenen en vergelijken, en het effect van twee maatregelen via teller en noemer beoordelen (2026-1 vraag 3–4, 2p + 2p).
- Current ratio berekenen, en twee verklaringen waarom een waarde onder 1 niet automatisch een betalingsprobleem is (2026-2 vraag 22–23).
- “Leg uit waarom de quick ratio … daalt door het beschikbaar stellen van cash dividend. Betrek in het antwoord zowel de teller als de noemer.” (2023-1 vraag 22).
- “Geef twee verschillende argumenten waarom de current ratio maar beperkte informatie geeft over de liquiditeitspositie.” (2024-2 vraag 20).
Uitgewerkt voorbeeld
Beide ratio's (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 3)
Vlottende activa €300.000, waarvan voorraden €120.000. Kort vreemd vermogen €250.000.
- Current ratio: 1,2
- Quick ratio: 0,72 De quick ratio is lager dan 1: zonder de voorraad te verkopen kan het bedrijf niet alle kortlopende schulden betalen.
Valkuilen
- Bij de quick ratio vergeten de voorraden af te trekken.
- Lang vreemd vermogen in de noemer zetten.
- Bij een teller-noemervraag maar één kant noemen.
- Het betalen van een kortlopende schuld uit de kas altijd als verslechtering zien: teller en noemer dalen evenveel, dus bij een ratio boven 1 stijgt de ratio juist.
Test jezelf
Een bedrijf betaalt een crediteur €10.000 uit de kas. Current ratio was 2 (200/100). Wat wordt hij?
: de ratio stijgt.
Een bedrijf maakt cashdividend bekend dat later wordt uitbetaald. Wat gebeurt er met de quick ratio?
Teller gelijk, noemer (kort vreemd vermogen: te betalen dividend) stijgt: de quick ratio daalt.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 3–4: quick ratio berekenen en teller-noemer (2p + 2p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 22–23: current ratio onder 1 (2p + 2p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 27–28: effect van drie maatregelen
- 2025 tijdvak 2, vraag 17: teller en noemer van twee kengetallen
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 5 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 83,3%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 22, 23
- 2026 tijdvak 1: vraag 3, 4
- 2025 tijdvak 2: vraag 17
- 2024 tijdvak 2: vraag 20
- 2024 tijdvak 1: vraag 12
- 2023 tijdvak 2: vraag 20
- 2023 tijdvak 1: vraag 22
- 2021 tijdvak 3: vraag 27, 28
- 2021 tijdvak 2: vraag 16, 19
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)