Prioriteit: 🔴 Hoog
In 6 van de 6 onderzochte examenjaren, vaak als onderdeel van een grotere berekening (studieschuld, sparen, alimentatie), met het formuleblad.
Wat moet je kunnen?
- Eindwaarde en contante waarde van één bedrag berekenen.
- Rekenen met een maandrente en een aantal maanden.
- Bedragen op verschillende tijdstippen vergelijkbaar maken.
De kern
| Symbool | Betekenis |
|---|---|
| interest per periode (0,12% per maand = 0,0012) | |
| aantal perioden (maanden of jaren, passend bij ) |
- Enkelvoudige interest groeit lineair; samengestelde interest groeit exponentieel (zie Enkelvoudige interest).
- Contant maken = terugrekenen naar nu; nodig om bedragen op verschillende tijdstippen te vergelijken.
- Voor een reeks gelijke bedragen gebruik je de somformule (zie Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen).

Zo wordt het gevraagd
- Eindwaarde van een spaarsaldo met 0,12% samengestelde interest per maand over 9 maanden (2026-1 vraag 29).
- “Toon met een berekening aan dat de totale studieschuld per [datum] € … bedraagt.” (2024-2 vraag 25).
- “Bereken per [datum] de contante waarde van alle partneralimentatieverplichtingen” (2021-1 vraag 2).
Uitgewerkt voorbeeld
Maandrente (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 29)
€10.000 staat 9 maanden op een rekening met 0,12% samengestelde interest per maand. €10.108,52
Contante waarde
Over 3 jaar krijg je €5.000; de rente is 4% per jaar. €4.444,98
Valkuilen
- Een jaarrente combineren met een aantal maanden.
- 0,12% invullen als 0,12 in plaats van 0,0012.
- Eindwaarde en contante waarde omdraaien (vermenigvuldigen tegenover delen).
- Tussentijds afronden, waardoor het eindbedrag afwijkt van het antwoordmodel.
Test jezelf
Wat is €1.000 na 2 jaar bij 5% samengestelde interest?
.
Waarom is de contante waarde van een bedrag in de toekomst lager dan dat bedrag?
Geld van nu kun je uitzetten tegen rente: een bedrag later is nu minder waard.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2025 tijdvak 2, vraag 2, 3 en 8: studieschuld en interestkosten
- 2025 tijdvak 1, vraag 19: een van de zwaarste vragen van het examen (4p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 2: contante waarde van alimentatie
- 2026 tijdvak 1, vraag 29: eindwaarde met maandrente
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 100%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 29
- 2025 tijdvak 2: vraag 2, 3, 8
- 2025 tijdvak 1: vraag 19
- 2024 tijdvak 2: vraag 25
- 2024 tijdvak 1: vraag 11, 29
- 2023 tijdvak 2: vraag 21
- 2023 tijdvak 1: vraag 8, 28
- 2022 tijdvak 3: vraag 22
- 2022 tijdvak 2: vraag 24
- 2021 tijdvak 3: vraag 17, 18
- 2021 tijdvak 2: vraag 6
- 2021 tijdvak 1: vraag 2