Prioriteit: 🟠 Midden

In 4 van de 6 onderzochte examenjaren, meestal als context voor een berekening met samengestelde interest of de somformule.

Wat moet je kunnen?

De kern

SpaarvormRenteOpneembaarRisico
spaarrekening (vrij)laagaltijdzeer laag (depositogarantie)
deposito (niet vrij)hogerpas na afloop, of met boetezeer laag
bedrijfspensioenvia pensioenfondspas na pensioenlaag

Zo wordt het gevraagd

  • β€œBereken het saldo van de spaarrekening” met de somformule (2024-1 vraag 29).
  • Een bedrag op de spaarrekening zetten tegenover beleggen (2025-1 vraag 18–19).
  • Maandelijkse stortingen op een spaarrekening voor een examenreis (2021-3 vraag 17–18).

Uitgewerkt voorbeeld

Spaarrekening of deposito (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 19)

€10.000 voor 2 jaar. Spaarrekening: 1% per jaar; deposito: 2,5% per jaar.

  1. Spaarrekening:
  2. Deposito:
  3. Verschil: €305,25 extra, maar het geld zit twee jaar vast.

Valkuilen

  • Alleen naar de rente kijken en de opneembaarheid vergeten.
  • Enkelvoudige interest gebruiken als de rente elk jaar wordt bijgeschreven.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt