Prioriteit: π Midden
In 4 van de 6 onderzochte examenjaren, meestal als context voor een berekening met samengestelde interest of de somformule.
Wat moet je kunnen?
- Vrij en niet vrij opneembare spaarvormen vergelijken op rente, liquiditeit en risico.
- Het saldo van een spaarrekening berekenen (zie Samengestelde interest β contante waarde en eindwaarde).
- Uitleggen waarom bedrijfspensioen verplicht sparen is.
De kern
| Spaarvorm | Rente | Opneembaar | Risico |
|---|---|---|---|
| spaarrekening (vrij) | laag | altijd | zeer laag (depositogarantie) |
| deposito (niet vrij) | hoger | pas na afloop, of met boete | zeer laag |
| bedrijfspensioen | via pensioenfonds | pas na pensioen | laag |
- Afweging: rendement tegenover liquiditeit en risico. Wie het geld misschien snel nodig heeft, kiest vrij opneembaar.
- Sparen is veiliger dan beleggen, maar levert meestal minder op (zie Beleggen β vermogenstitels).
- Stortingen in termijnen: gebruik de somformule (zie Contante waarde en eindwaarde van een reeks gelijke bedragen).
Zo wordt het gevraagd
- βBereken het saldo van de spaarrekeningβ met de somformule (2024-1 vraag 29).
- Een bedrag op de spaarrekening zetten tegenover beleggen (2025-1 vraag 18β19).
- Maandelijkse stortingen op een spaarrekening voor een examenreis (2021-3 vraag 17β18).
Uitgewerkt voorbeeld
Spaarrekening of deposito (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 19)
β¬10.000 voor 2 jaar. Spaarrekening: 1% per jaar; deposito: 2,5% per jaar.
- Spaarrekening:
- Deposito:
- Verschil: β¬305,25 extra, maar het geld zit twee jaar vast.
Valkuilen
- Alleen naar de rente kijken en de opneembaarheid vergeten.
- Enkelvoudige interest gebruiken als de rente elk jaar wordt bijgeschreven.
Test jezelf
Waarom is de rente op een deposito hoger dan op een spaarrekening?
De bank kan langer over het geld beschikken; de spaarder levert liquiditeit in.
Waarom heet bedrijfspensioen verplicht sparen?
Een deel van het loon gaat verplicht naar het pensioenfonds; de werknemer kan er pas bij pensionering over beschikken.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2024 tijdvak 1, vraag 29: saldo van een spaarrekening
- 2025 tijdvak 1, vraag 18β19: sparen en beleggen
- 2021 tijdvak 3, vraag 17β18: maandelijks sparen
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 4 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) β 66,7%.
- 2025 tijdvak 1: vraag 18, 19
- 2024 tijdvak 1: vraag 29
- 2023 tijdvak 1: vraag 8, 13, 28 (zijdelings, als vergelijkingsbasis voor rendement)
- 2021 tijdvak 3: vraag 17, 18
Ondersteunende onderwerpen
- (geen)