Prioriteit: 🟢 Laag
In 2 van de 6 onderzochte examenjaren (2022-3 en 2021-3), meestal indirect.
Wat moet je kunnen?
- Toegerekende kosten en periodekosten onderscheiden.
- Het verband leggen met de integrale en de variabele kostprijs.
De kern
| Toegerekende kosten | Periodekosten | |
|---|---|---|
| gekoppeld aan | een product of dienst | een periode |
| moment in het resultaat | bij verkoop (via de kostprijs) | in de periode zelf |
| voorbeeld | grondstoffen per product | huur van het kantoor bij variabele calculatie |
- Integrale kostprijs: alle kosten worden toegerekend. Variabele kostprijs: alleen de variabele kosten; de constante zijn periodekosten (zie Integrale kostprijs en variabele kostprijs).
- Soorten kosten: zie Constante en variabele kosten.
Valkuilen
- Periodekosten gelijkstellen aan constante kosten in alle gevallen (dat geldt bij variabele calculatie).
- Denken dat toegerekende kosten meteen in het resultaat komen, ook als het product nog in voorraad ligt.
Test jezelf
Bij variabele kostencalculatie: hoe worden de constante kosten verwerkt?
Als periodekosten, direct ten laste van het resultaat.
Wanneer komen toegerekende kosten in het resultaat?
Bij de verkoop van het product (als inkoopwaarde of kostprijs van de omzet).
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 2 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 33,3%.
- 2022 tijdvak 3: vraag 15
- 2021 tijdvak 3: vraag 22