Prioriteit: 🟢 Laag
In 2 van de 6 onderzochte examenjaren, als kostprijsberekening (soms als grote vraag: 2023-1 vraag 9, 6p).
Wat moet je kunnen?
- De integrale kostprijs berekenen.
- Het verschil met de variabele kostencalculatie uitleggen.
De kern
| Integraal | Variabel | |
|---|---|---|
| in de kostprijs | constante + variabele kosten | alleen variabele kosten |
| constante kosten | via de kostprijs, bij verkoop in het resultaat | direct in de periode ten laste van het resultaat |
- Voorbeeld: , , variabele kosten €30: kostprijs .
- Wordt er meer geproduceerd dan verkocht, dan zit bij integraal een deel van de constante kosten in de voorraad. Het resultaat is dan hoger dan bij variabele calculatie (bij 1.000 stuks extra voorraad: ).
- Zie ook Toegerekende kosten en periodekosten en Tarief berekenen dienstverlenende organisatie.
Valkuilen
- C delen door de werkelijke in plaats van de normale productie.
- Bij de variabele kostprijs toch een opslag voor constante kosten meenemen.
Test jezelf
C = €60.000, N = 4.000, V/W = €12. Integrale kostprijs?
.
Waarom verschilt het resultaat tussen beide methoden als de voorraad stijgt?
Bij integraal blijft een deel van de constante kosten in de voorraad zitten en komt pas later in het resultaat.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 2 van de 6 onderzochte examenjaren (2021-2026) — 33,3%.
- 2024 tijdvak 2: vraag 7
- 2023 tijdvak 2: vraag 26
- 2023 tijdvak 1: vraag 9