Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als uitleg (vaak met progressieve belasting of werkloosheidsuitkeringen).

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen hoe uitkeringen en belastingen de conjunctuur automatisch dempen.
  • Uitleggen waarom een progressief stelsel sterker stabiliseert dan een vlak stelsel.
  • Het verschil met actief (discretionair) begrotingsbeleid noemen.

De kern

ConjunctuurUitkeringenBelastingontvangstenEffect
laagconjunctuur↑↓besteedbaar inkomen daalt minder → bestedingen gedempt
hoogconjunctuur↓↑besteedbaar inkomen stijgt minder → oververhitting geremd

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg uit dat bij progressieve inkomstenbelastingen de effectieve vraag … minder hard daalt dan bij proportionele belastingen” (2024-2 vraag 7).
  • “Leg uit waarom bij de preventieve arm voor de beperking van overheidsuitgaven een uitzondering geldt voor werkloosheidsuitkeringen” (2022-3 vraag 11).

Uitgewerkt voorbeeld

Demping van een recessie

Het primaire inkomen daalt met €10 miljard. Het gemiddelde belastingtarief over dat inkomen is 40%, en €2 miljard extra aan werkloosheidsuitkeringen wordt uitgekeerd.

  1. Belasting daalt met miljard.
  2. Besteedbaar inkomen daalt dus met €4 miljard in plaats van €10 miljard.
  3. De bestedingen dalen minder: de recessie wordt gedempt.

Valkuilen

  • Automatische stabilisatoren verwarren met actief stimuleringsbeleid.
  • Vergeten dat het begrotingstekort erdoor oploopt in een recessie.
  • Denken dat een vlaktaks helemaal niet stabiliseert (hij doet dat wel, maar minder dan een progressief stelsel).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)