Prioriteit: 🔴 Hoog
In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, als rekenvraag met schijven en heffingskorting (2–3p) of als redenering over nivellering en arbeidsprikkels.
Wat moet je kunnen?
- Belasting berekenen met schijven, vrijstelling en heffingskorting.
- Gemiddeld en marginaal tarief berekenen en onderscheiden.
- Een stelsel typeren als progressief, proportioneel of degressief.
- Het effect op nivellering en op de prikkel om te werken uitleggen.
De kern
| Begrip | Formule of betekenis |
|---|---|
| gemiddeld tarief | |
| marginaal tarief | belasting over de laatst verdiende euro |
| progressief | gemiddeld tarief stijgt met het inkomen |
| proportioneel | gemiddeld tarief is gelijk |
| degressief | gemiddeld tarief daalt |
| heffingskorting | vast bedrag dat van de belasting af gaat → werkt nivellerend |
| aftrekpost | verlaagt het belastbaar inkomen → levert meer op bij een hoog marginaal tarief |
| belastingwig | loonkosten werkgever − netto loon werknemer |
- Vlaktaks (één tarief) met een heffingskorting is toch progressief: het gemiddelde tarief stijgt met het inkomen.
- Hoog marginaal tarief → meer werken levert netto weinig op → minder arbeidsaanbod.
- Progressieve belasting is ook een automatische stabilisator (zie Automatische stabilisatoren).
Zo wordt het gevraagd
- “Leg uit dat de hervorming van het stelsel van inkomstenbelasting leidt tot een denivellering van de secundaire inkomens” (2026-1 vraag 11).
- “Toon met een berekening aan dat deze persoon meer dan € 100 per jaar betaalt aan waterbelasting” (2025-2 vraag 28, 3p).
- “Bereken het belastingvoordeel door de stelselherziening voor de modale werknemer” (2022-3 vraag 25, 3p).
- “Is de dividendbelasting in 2019 een voorbeeld van een degressieve, een progressieve of een proportionele belasting? Motiveer je keuze.” (2021-2 vraag 21).
Uitgewerkt voorbeeld
Schijven en heffingskorting
Tarief 20% tot €20.000, 40% daarboven; heffingskorting €2.000.
- Inkomen €50.000: → gemiddeld tarief 28%, marginaal 40%
- Inkomen €15.000: → gemiddeld tarief 6,7%, marginaal 20%
Het gemiddelde tarief stijgt met het inkomen: het stelsel is progressief.
Valkuilen
- Het hoogste tarief over het hele inkomen berekenen in plaats van per schijf.
- Heffingskorting van het inkomen aftrekken in plaats van van de belasting.
- Progressief afleiden uit het marginale tarief in plaats van het gemiddelde.
- Vergeten dat een aftrekpost hogere inkomens meer voordeel geeft.
Test jezelf
Waarom is een vlaktaks met heffingskorting progressief?
De korting is een vast bedrag: bij een laag inkomen is dat een groot deel van de belasting, dus het gemiddelde tarief stijgt met het inkomen.
Wat gebeurt er met de prikkel om extra uren te werken als het marginale tarief stijgt?
Die wordt kleiner: van elke extra euro houd je minder over.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2025 tijdvak 2, vraag 28–29: waterbelasting, gemiddeld en marginaal tarief (3p + 2p)
- 2022 tijdvak 3, vraag 24–26: stelselherziening en arbeidsprikkels (2p + 3p + 2p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 11: vlaktaks en denivellering (2p)
- 2021 tijdvak 2, vraag 21: dividendbelasting typeren (2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 75%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 11
- 2025 tijdvak 2: vraag 28, 29
- 2024 tijdvak 2: vraag 7
- 2024 tijdvak 1: vraag 10
- 2022 tijdvak 3: vraag 24, 25, 26
- 2022 tijdvak 2: vraag 2, 14, 15
- 2021 tijdvak 2: vraag 5, 21
- 2021 tijdvak 1: vraag 26
- 2018 tijdvak 2: vraag 16
- 2018 tijdvak 1: vraag 19, 20(sec), 21
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)