Prioriteit: π΄ Hoog
In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak als uitlegvraag over de multiplier en de lekken (2β3p).
Wat moet je kunnen?
- Anticyclisch en procyclisch begrotingsbeleid uitleggen.
- Uitleggen waarom de multiplier groter of kleiner wordt (spaar-, belasting- en importlek).
- De multiplier berekenen uit een gegeven model.
- Beperkingen noemen: verdringing, begrotingsregels, schuld.
De kern
- Anticyclisch: in een laagconjunctuur O omhoog of B omlaag; in een hoogconjunctuur andersom.
- Multiplier: extra bestedingen worden inkomen voor anderen, die weer een deel besteden, dus .
( = marginale consumptiequote, = belastingtarief, = marginale importquote)
| Lek | Groter lek β multiplier |
|---|---|
| sparen (lagere ) | kleiner |
| belasting (hoger tarief ) | kleiner |
| import (hogere ) | kleiner |
- Een lastenverlichting werkt zwakker dan dezelfde verhoging van O, omdat huishoudens een deel sparen.
- Uitverdieneffect / verdringing: een hoger tekort kan de rente opdrijven en particuliere investeringen verdringen.
- Europese begrotingsregels begrenzen het tekort (zie Begrotingssaldo en Stabiliteits- en groeipact).
Controleren
De multiplierformule is de standaardvorm voor een model met vlaktaks en importquote. Examenopgaven geven meestal hun eigen modelvergelijkingen; controleer of deze vorm aansluit bij je lesmethode.
Zo wordt het gevraagd
- βLeidt een hoger tarief van de vlaktaks tot een kleinere of grotere multiplier? Leg je keuze uit.β (2026-1 vraag 14).
- βLeg de stelling van de econoom uitβ: in een open economie werkt stimulering beperkt door de importlek (2024-2 vraag 8).
- βBereken daarvoor eerst de grootte van de multiplier van de algemene heffingskortingβ (2023-1 vraag 20).
- Begrotingsbeleid als alternatief bij een rente rond nul (2019-2 vraag 22, 3p).
Uitgewerkt voorbeeld
Multiplier en vlaktaks (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 14)
, gesloten economie.
- Tarief 25%: multiplier 2,5
- Tarief 40%: multiplier 1,92
- Met importquote 0,2 (tarief 25%): 1,67
Conclusie: een hoger tarief laat meer van elke extra euro inkomen naar de overheid weglekken, dus de multiplier wordt kleiner.
Valkuilen
- De multiplier vergeten: gelijkstellen aan de impuls.
- Belastingverlaging en bestedingsverhoging als even effectief zien.
- Bij βwelke maatregel is het meest effectiefβ de verschillen in spaarquote tussen inkomensgroepen niet gebruiken.
Test jezelf
De overheid verhoogt O met β¬10 miljard en de multiplier is 2,5. Hoeveel stijgt Y?
β¬25 miljard.
Waarom werkt stimuleringsbeleid in een kleine open economie zwak?
Een groot deel van de extra bestedingen gaat naar import: het lekt naar het buitenland.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 14: vlaktaks en multiplier (2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 20: multiplier van de heffingskorting (2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 8: open economie (2p)
- 2019 tijdvak 2, vraag 22: begrotingsbeleid bij de zero lower bound (3p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 7 van de 8 onderzochte examenjaren (2018β2026, 2020: geen examen gehouden) β 87,5%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 14 (hoger vlaktaktarief β kleinere of grotere multiplier?)
- 2025 tijdvak 1: vraag 22 (hogere overheidsbestedingen en groen bbp)
- 2024 tijdvak 2: vraag 8 (importlek beperkt stimulerend beleid)
- 2023 tijdvak 2: vraag 4 (begrotingsruimte om het handelsoverschot te beperken)
- 2023 tijdvak 1: vraag 20 (multiplier van de algemene heffingskorting berekenen)
- 2021 tijdvak 3: vraag 16 (bestemming met de minst negatieve macro-economische effecten)
- 2021 tijdvak 1: vraag 24 (bezuinigen β hogere werkloosheid), 29 (effectiviteit via spaarquotes)
- 2019 tijdvak 2: vraag 22 (3p, begrotingsbeleid bij de zero lower bound en inverdieneffecten)
- 2018 tijdvak 1: vraag 31 (extra bestedingen β lagere werkloosheid), 32 (3p, verdringing via de vermogensmarkt)