Prioriteit: đźź  Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak als “Leidt … tot nivellering of denivellering? Beargumenteer je keuze” (2p).

Wat moet je kunnen?

  • Bepalen of een maatregel nivelleert of denivelleert, met procentuele veranderingen.
  • Het effect op de Lorenzcurve beredeneren.
  • De afruil tussen doelmatigheid en rechtvaardigheid uitleggen, en wanneer die niet optreedt.

De kern

MaatregelEffect
hogere heffingskorting, hogere toeslagennivellerend
lagere heffingskorting, eigen risico in de zorgdenivellerend (raakt lage inkomens relatief harder)
van progressief naar vlaktaks zonder extra kortingdenivellerend
hogere tarieven in de hoogste schijfnivellerend
  • Beslissend is de relatieve (procentuele) verandering: een gelijk bedrag is voor lage inkomens een groter percentage.
  • Nivellering → Lorenzcurve schuift dichter naar de gelijkheidslijn (zie Inkomensongelijkheid (Gini en percentielenratio)).
  • Afruil: hoge belasting op extra inkomen kan werken, scholing en ondernemen minder aantrekkelijk maken. Die afruil treedt niet op als herverdeling participatie bevordert (onderwijs, kinderopvang).

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg uit dat de hervorming van het stelsel van inkomstenbelasting leidt tot een denivellering van de secundaire inkomens” (2026-1 vraag 11).
  • “Beargumenteer hoe de Lorenzcurve van de secundaire inkomens zal verschuiven” (2022-2 vraag 2).
  • “Leidt scenario 2 tot nivellering of denivellering …? Beargumenteer je keuze” (2022-2 vraag 14).
  • Een eigen risico raakt lage inkomens relatief harder (2018-2 vraag 5, 1p).

Uitgewerkt voorbeeld

Lagere heffingskorting (examenstijl, vergelijk 2022-2 vraag 2)

De heffingskorting daalt met €500. Netto inkomen laag: €18.000; hoog: €55.000.

  • Laag: minder
  • Hoog: minder

Lage inkomens gaan er relatief meer op achteruit: denivellering; de Lorenzcurve buigt verder van de gelijkheidslijn af.

Valkuilen

  • Naar absolute bedragen kijken in plaats van percentages.
  • Primaire en secundaire inkomens verwarren.
  • Vergeten dat een vast bedrag (korting, eigen risico) relatief zwaarder weegt bij lage inkomens.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt