Prioriteit: đź”´ Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1 tot 4 vragen per tijdvak (meestal 2p), vaak “leg uit” bij milieu, gezondheid of onderwijs.
Wat moet je kunnen?
- Uitleggen waarom iets een (positief of negatief) extern effect is: wie is de derde, en waarom zit het niet in de prijs?
- Uitleggen hoe een heffing of subsidie een extern effect internaliseert.
- Een weglekeffect uitleggen: vervuiling verplaatst naar landen zonder heffing.
De kern
| Negatief extern effect | Positief extern effect | |
|---|---|---|
| voorbeeld | uitstoot, geluid, zorgkosten door roken | onderwijs, vaccinatie, innovatie |
| vergelijking | maatschappelijke kosten > private kosten | maatschappelijke baten > private baten |
| vrije markt | te veel productie of consumptie | te weinig |
| internaliseren | heffing ter grootte van de externe kosten | subsidie ter grootte van de externe baten |
Opbouw van een uitleg (2p)
- Noem de activiteit en de derde die er last (of voordeel) van heeft.
- Zeg dat de veroorzaker daar niet voor betaalt (of niet voor beloond wordt), dus het zit niet in de prijs.
- Trek de conclusie: te veel/te weinig ten opzichte van het maatschappelijk optimum.
Internaliseren: de heffing verhoogt de private kosten van de veroorzaker, zodat hij de externe kosten meeneemt in zijn beslissing (zie Overheidsingrijpen — heffingen en subsidies).

Zo wordt het gevraagd
- “Leg uit dat het gebruik van diesel leidt tot maatschappelijke kosten. Ga in je antwoord in op een voorbeeld.” (2026-1 vraag 1, 2p).
- “Leg uit dat de lumpsum-financiering … de positief externe effecten … internaliseert.” (2025-2 vraag 17).
- “Leg uit dat de mondiale maatschappelijke kosten … kunnen stijgen” door weglek naar buurlanden (2024-2 vraag 21).
- “Bereken … de heffing per ton vis om de overbevissing te stoppen” (2023-1 vraag 18).
Uitgewerkt voorbeeld
Uitleg van een negatief extern effect (examenstijl, vergelijk 2022-2 vraag 26)
Verklaar dat de consumptie van suikerhoudende frisdrank kan leiden tot negatieve externe effecten.
- Veel frisdrank verhoogt het risico op overgewicht en diabetes.
- De extra zorgkosten worden via de zorgpremie door alle verzekerden betaald, niet alleen door de drinker.
- Die kosten zitten niet in de prijs van frisdrank: de consument weegt ze niet mee, dus er wordt te veel gedronken.
Heffing berekenen
Een fabriek veroorzaakt per ton product €15 schade aan omwonenden. De marktprijs is €60, de private marginale kosten zijn €60. Een heffing van €15 per ton maakt de marginale kosten van de fabriek gelijk aan de maatschappelijke marginale kosten (€75). Daardoor daalt de productie tot het niveau waarop de betalingsbereidheid de maatschappelijke kosten dekt.
Valkuilen
- Alleen zeggen “het is slecht voor het milieu” zonder de derde en het niet in de prijs zitten te noemen.
- Kosten voor de koper zelf (bijvoorbeeld eigen gezondheidsschade) een extern effect noemen: dat is een intern effect.
- Positief en negatief extern effect verwisselen bij het advies (subsidie tegenover heffing).
- Het weglekeffect vergeten bij een nationale heffing op een wereldprobleem.
Test jezelf
Waarom leidt een negatief extern effect tot te veel productie?
De producent betaalt de schade aan derden niet, dus zijn private kosten zijn lager dan de maatschappelijke kosten; hij produceert tot waar de prijs zijn eigen marginale kosten dekt.
Een land voert een CO2-heffing in en bedrijven verhuizen naar het buitenland. Waarom daalt de mondiale uitstoot dan niet?
De productie (en uitstoot) verplaatst zich naar landen zonder heffing: weglek of CO2-lek.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 1: maatschappelijke kosten van diesel (2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 18–19: heffing en quota bij overbevissing (2p + 2p)
- 2024 tijdvak 2, vraag 16 en 21: stikstofheffing en weglek (1p + 2p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 11–12: CO2-taks en CO2-lek (2p + 2p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 8, 20
- 2026 tijdvak 1: vraag 1
- 2025 tijdvak 2: vraag 17
- 2025 tijdvak 1: vraag 29
- 2024 tijdvak 2: vraag 16, 21
- 2024 tijdvak 1: vraag 1
- 2023 tijdvak 2: vraag 10
- 2023 tijdvak 1: vraag 18, 19, 27
- 2022 tijdvak 3: vraag 5 (deelaspect)
- 2022 tijdvak 2: vraag 10, 11, 17, 26
- 2022 tijdvak 1: vraag 29
- 2021 tijdvak 3: vraag 11, 12
- 2021 tijdvak 2: vraag 26, 28
- 2021 tijdvak 1: vraag 8
- 2019 tijdvak 2: vraag 1
- 2018 tijdvak 2: vraag 24
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)