Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak het rekenkundige zwaartepunt van een opgave: nieuw evenwicht, doorberekening, opbrengst en arceren.

Wat moet je kunnen?

  • Een heffing of subsidie verwerken in de aanbod- (of vraag)functie en het nieuwe evenwicht berekenen.
  • Het doorberekende deel, de opbrengst en het welvaartsverlies berekenen en arceren.
  • De keten heffing → minder uitstoot uitleggen, en emissierechten en importheffingen doorrekenen.

De kern

MaatregelIn de functieGrafiek
heffing bij de producentvervang door in aanbodlijn omhoog met
subsidie aan de producentvervang door in aanbodlijn omlaag met
heffing of subsidie bij de consumentpas de vraagfunctie aanvraaglijn verschuift
  • Doorberekend deel .
  • Opbrengst ; subsidiebedrag .
  • Welvaartsverlies .
  • Hoe prijsinelastischer de vraag, hoe groter het deel dat de consument draagt.
  • Emissierechten met plafond: meer vraag leidt alleen tot een hogere prijs van een recht, niet tot meer uitstoot.
  • Importheffing: wordt wereldmarktprijs + heffing hoger dan de binnenlandse evenwichtsprijs, dan stopt de import.
  • Doel is vaak een extern effect internaliseren (zie Externe effecten).

Zo wordt het gevraagd

  • “Bereken de hoogte van de heffing per m² in dollars” om een gewenste evenwichtsvraag te bereiken (2026-1 vraag 20).
  • “Arceer het totale subsidiebedrag in figuur 2” (2025-2 vraag 5).
  • “Toon met een berekening aan dat VU na invoering van de importheffing geen batterijen uit Cinai zal importeren” (2022-1 vraag 11).
  • “Toon met een berekening aan of de bewering … juist is” dat meer dan driekwart van de CO2-taks wordt doorberekend (2021-3 vraag 15).

Uitgewerkt voorbeeld

Heffing van €5 per stuk

en . Heffing €5 per stuk, af te dragen door de producent.

  1. Oud evenwicht: ,
  2. Nieuwe aanbodlijn:
  3. Nieuw evenwicht: , ; de producent houdt €22 over
  4. Doorberekend: €3 van €5 = 60%
  5. Opbrengst: €230; welvaartsverlies: €15

Arceren: de opbrengst is de rechthoek tussen €27 en €22 tot ; het verlies is de driehoek tussen en .

Valkuilen

  • De heffing bij de vraaglijn verwerken terwijl de producent afdraagt, of andersom.
  • Het teken omdraaien: bij een heffing is het , niet .
  • De opbrengst berekenen met in plaats van .
  • Concluderen dat de consument de hele heffing betaalt (alleen bij een volkomen inelastische vraag).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt