Prioriteit: 🟢 Laag

In 0 van de 8 onderzochte examenjaren als losse vraag; het is een vaardigheid die elke opgave vraagt.

Wat moet je kunnen?

  • Informatie uit tekst, tabellen en grafieken halen en beoordelen op relevantie.
  • Modelaannames onderscheiden van gegevens uit de context.
  • Een concept toepassen in een nieuwe context (transfer).

De kern

VraagtypeWat er gevraagd wordt
informatie-selectievraaghet juiste begrip of gegeven herkennen
informatiebegripsvraagbegrippen herkennen en met elkaar verbinden
informatiebewerkingsvraagbegrippen toepassen in dezelfde of een verwante context
  • Kennis van de context zelf is niet nodig; de concepten wel.
  • Lees eerst de vraag, dan pas de bron.
  • Let op eenheden en basisjaren in tabellen (zie Rekenvaardigheden economie).

Valkuilen

  • Contextkennis gebruiken in plaats van de gegeven informatie.
  • Een modelaanname negeren (bijvoorbeeld “wrijving verwaarloosd” of “constante marginale kosten”).
  • Een tabel lezen zonder op de eenheid (x 1.000, %, index) te letten.

Test jezelf


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)