Prioriteit: đź”´ Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1 tot 3 vragen per tijdvak: “Leg met behulp van twee kenmerken uit van welke marktvorm er sprake is” of de gevolgen van meer of minder concurrentie.

Wat moet je kunnen?

  • Een marktvorm herkennen met twee kenmerken.
  • Uitleggen wat meer concurrentie doet met prijs, afzet, surplus en groei.
  • Marktconcentratie meten met de Herfindahl-Hirschman-index.
  • Strategisch gedrag bij oligopolie herkennen (toetredingsdrempels, limit pricing).

De kern

MarktvormAanbiedersProductToetredingMarktmacht
volkomen concurrentieheel veelhomogeenvrijgeen: prijsnemer
monopolistische concurrentieveelheterogeenvrij/beperktklein
oligopolieweinighomogeen of heterogeenbeperktgroot; bedrijven reageren op elkaar
monopolieéén–geblokkeerdmaximaal
  • Meer concurrentie → prijs daalt naar de kosten, afzet stijgt, consumentensurplus en doelmatigheid stijgen.
  • Minder concurrentie → de vraag naar het ene bedrijf wordt minder prijselastisch → prijsverhoging kan de omzet verhogen (zie Prijselasticiteit van de vraag).
  • HHI = som van de gekwadrateerde marktaandelen (in %); hoger = meer concentratie.

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg met behulp van twee kenmerken uit van welke marktvorm er sprake is bij kaphout” (2026-1 vraag 16).
  • “Leg uit dat de niet-kostendekkende prijs de opkomst van concurrenten heeft afgeremd” (2023-1 vraag 2).
  • “Toon de conclusie van de NCA aan met een berekening” met de Herfindahl-Hirschman-index (2019-2 vraag 16).
  • “Leg met behulp van figuur 1 uit dat marktwerking tot een lagere premie kan leiden.” (2025-1 vraag 10).

Uitgewerkt voorbeeld

HHI (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 16)

Vier bezorgbedrijven met marktaandelen 40%, 30%, 20% en 10%. 3000 Ligt de grens voor zorgen over concentratie bij 2000, dan is deze markt sterk geconcentreerd. Vier gelijke bedrijven van 25% geven een HHI van 2500.

Marktvorm herkennen (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 16)

Kaphout: veel kleine aanbieders, het hout is overal hetzelfde (homogeen), iedereen kan gaan kappen. Twee kenmerken: veel aanbieders en homogeen product → volkomen concurrentie.

Valkuilen

  • Maar één kenmerk noemen als er twee gevraagd worden.
  • Oligopolie alleen koppelen aan heterogene producten (het kan ook homogeen zijn, zoals staal).
  • Marktaandelen als decimalen kwadrateren (0,4² in plaats van 40²) en dan met de grens van 2000 vergelijken.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt