Prioriteit: π΄ Hoog
In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak gecombineerd met omzet en marktvormen.
Wat moet je kunnen?
- berekenen met procentuele veranderingen (segmentelasticiteit, geen puntelasticiteit).
- Met een gegeven de verandering van de afzet of de prijs uitrekenen.
- Het effect van een prijsverandering op de omzet beredeneren.
- Uitleggen waarom een vraag (in)elastisch is: substituten, noodzaak, marktvorm.
De kern
is normaal negatief. Voor de typering kijk je naar de absolute waarde:
| Typering | Prijs omhoog β omzet | Prijs omlaag β omzet | |
|---|---|---|---|
| prijselastisch | daalt | stijgt | |
| prijsinelastisch | stijgt | daalt |

Waarom is een vraag (in)elastisch?
- Veel substituten betekent een elastische vraag. Minder concurrenten (bijvoorbeeld van veel aanbieders naar een monopolie) maakt de vraag naar één bedrijf minder elastisch (2023-1 vraag 3).
- Noodzakelijke goederen en goederen met een klein aandeel in het budget hebben een inelastische vraag.
- Op korte termijn is de vraag vaak minder elastisch dan op lange termijn, omdat afnemers tijd nodig hebben om over te stappen.
Zo wordt het gevraagd
- βToon met een berekening aan dat de vraag naar brievenpost β¦ prijselastisch is.β Bereken %ΞQ en deel door %ΞP (2023-2 vraag 12).
- βLeg uit of het mogelijk is om de omzet te verhogen door een aanpassing van het posttarief.β Redeneer per richting (2023-2 vraag 14).
- βLeg elk van de drie constateringen uit.β Een keten van marktvorm β elasticiteit β omzet (2023-1 vraag 3, 3p).
- Doorberekening van een heffing aan de consument met (2021-3 vraag 15).
Uitgewerkt voorbeeld
Tariefsverlaging (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 12)
De prijs daalt van β¬2,00 naar β¬1,80 en de afzet stijgt van 50.000 naar 56.000 stuks.
- β1,2, dus : prijselastisch.
- Controle omzet: β¬100.000 wordt β¬100.800, dus de omzet stijgt bij een prijsdaling. Dat klopt bij een elastische vraag. β
Omgekeerd: afzet uitrekenen
en de prijs stijgt 5%. Dan is β2%.
Valkuilen
- Absolute veranderingen (β¬0,20 en 6.000 stuks) invullen in plaats van procentuele.
- Teller en noemer omdraaien: het is hoeveelheid gedeeld door prijs.
- Het procentuele verschil nemen ten opzichte van de nieuwe waarde in plaats van de oude.
- De omzetconclusie omdraaien. Controleer altijd even met P Γ Q.
- βInelastischβ verwarren met βde vraag verandert helemaal nietβ. Dat is alleen zo bij .
Test jezelf
en de prijs daalt met 3%. Wat gebeurt er met de afzet en de omzet?
Afzet: +6%. De vraag is elastisch, dus bij een prijsdaling stijgt de omzet.
Een bedrijf met een prijsinelastische vraag wil meer omzet. Prijs omhoog of omlaag?
Omhoog: de afzet daalt relatief minder dan de prijs stijgt.
Waarom is de vraag naar benzine op korte termijn prijsinelastisch?
Er zijn op korte termijn weinig substituten: je auto en woon-werkafstand verander je niet meteen.
Bij een prijsverhoging is de vraag elastisch, bij een prijsverlaging inelastisch. Kan de omzet omhoog?
Nee. Verhogen doet de omzet dalen (elastisch), verlagen ook (inelastisch). Dit was precies de twist in 2023-2 vraag 14.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2023 tijdvak 2, vraag 12 en 14: brievenpost, Ep berekenen en omzet beredeneren (2p + 2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 3: marktvorm β elasticiteit β omzet (3p)
- 2021 tijdvak 2, vraag 2: Ep van friet berekenen (3p)
- 2022 tijdvak 2, vraag 27β29: elasticiteit per inkomenskwintiel (2p per vraag)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 6 van de 8 onderzochte examenjaren (2018β2026, 2020: geen examen gehouden) β 75%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 21 (mechanisme)
- 2024 tijdvak 1: vraag 23
- 2023 tijdvak 2: vraag 12, 14
- 2023 tijdvak 1: vraag 3
- 2022 tijdvak 2: vraag 27, 28, 29
- 2022 tijdvak 1: vraag 5
- 2021 tijdvak 3: vraag 15
- 2021 tijdvak 2: vraag 2, 14
- 2021 tijdvak 1: vraag 18, 19, 20, 21
- 2019 tijdvak 2: vraag 13