Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna altijd als ā€œBeargumenteer of het plan voldoet aan de twee voorwaarden van prijsdiscriminatieā€ (2p).

Wat moet je kunnen?

  • De twee voorwaarden toetsen in een concrete situatie.
  • Uitleggen waarom prijsdiscriminatie de winst verhoogt.
  • Per deelmarkt de winstmaximaliserende prijs berekenen.

De kern

Voorwaarden

  1. De aanbieder kan de vragers opsplitsen in groepen met een verschillende betalingsbereidheid (of prijselasticiteit).
  2. Doorverkoop tussen de groepen is niet mogelijk. (En de aanbieder moet marktmacht hebben.)
  • Per groep geldt ; de groep met de minst elastische vraag krijgt de hoogste prijs.
  • Een deel van het consumentensurplus wordt winst (zie Consumenten- en producentensurplus).
  • Perfecte prijsdiscriminatie (ieder betaalt zijn betalingsbereidheid, zoals bij een veiling met gesloten bod): consumentensurplus = 0.

Zo wordt het gevraagd

  • ā€œBeargumenteer of het plan voldoet aan de twee voorwaarden van prijsdiscriminatieā€ (2024-2 vraag 4).
  • ā€œLeg uit of [door] deze subsidie prijsdiscriminatie ontstaatā€ (2025-2 vraag 3).
  • ā€œLeg de gevolgen uit … voor het consumentensurplus van de startupsā€ bij een veiling met gesloten bod (2022-2 vraag 21).
  • ā€œGeef voor beide stellingen een verklaringā€: verschil in betalingsbereidheid en een voorwaarde die niet vervuld is (2022-1 vraag 26).

Uitgewerkt voorbeeld

Twee deelmarkten

Groep A: ; groep B: ; .

  • A: , , winst
  • B: , , winst
  • Samen €2.000. EĆ©n uniforme prijs (, ) geeft €1.800.

Prijsdiscriminatie levert €200 meer winst op. āœ“

Valkuilen

  • Maar ƩƩn voorwaarde noemen.
  • Kortingen die iedereen kan krijgen (bijvoorbeeld een volumekorting) altijd prijsdiscriminatie noemen.
  • De hoge prijs bij de elastische groep leggen (het is andersom).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)