Prioriteit: đź”´ Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren (niet in 2026), met sterk wisselende aantallen: soms 1, soms 7 vragen per tijdvak.

Wat moet je kunnen?

  • Het verband tussen twee alinea’s of tekstdelen benoemen.
  • De werkwoorden in de opties precies uit elkaar houden.
  • Een latere alinea vinden die een eerder punt bevestigt of tegenspreekt (vaak als citeer- of kort-antwoordvraag).

De kern

Werkwoord in de optieRelatie tot het vorige tekstdeel
elaborates on, analyseswerkt verder uit
illustrates, gives examples ofgeeft voorbeelden bij
puts into perspective, qualifiesnuanceert, relativeert
challenges, contradicts, invalidatesspreekt tegen, weerlegt
explainsgeeft oorzaak of verklaring
diverges fromgaat een andere kant op
offers context togeeft achtergrond bij
reiterates and then partly refutesherhaalt en weerlegt dan deels

Aanpak

  1. Vat beide tekstdelen apart samen in één zin.
  2. Bepaal het verband (signaalwoorden helpen, zie Signaalwoorden en tekststructuur).
  3. Kies de optie waarvan werkwoord én inhoud kloppen.

Zo wordt het gevraagd

  • “How can paragraph 2 be characterised best?” met analyses key points / diverges from the reasoning / invalidates theories / offers context (2025-1 vraag 8).
  • “How does paragraph 2 relate to paragraph 1?” (2019-1 vraag 18).
  • “How are paragraphs 4 and 5 linked to paragraph 3?” (2022-2 vraag 10).
  • “In welke latere alinea wordt duidelijk dat dit standpunt niet breed gedragen wordt?” (2021-1 vraag 14).

Uitgewerkt voorbeeld

Relatie tussen twee alinea's (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 8)

Eigen voorbeeld. Alinea 1: A new study claims that four-day working weeks raise productivity by 20 per cent. Alinea 2: The study, however, only covered small tech firms, and the effect disappeared after six months. How can paragraph 2 be characterised best?

  • A. It analyses the key finding of paragraph 1. → te neutraal
  • B. It puts the result mentioned in paragraph 1 into perspective. → klopt: beperkt de geldigheid
  • C. It invalidates the study in paragraph 1. → te sterk: het resultaat wordt niet ongeldig verklaard
  • D. It offers context to explain the result. → het verklaart niets

Antwoord: B.

Valkuilen

  • qualify / put into perspective verwarren met invalidate / refute (nuanceren is zwakker).
  • Alleen naar de tweede alinea kijken en de eerste vergeten.
  • Een optie kiezen met het goede werkwoord maar het verkeerde object.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt