Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak maar 1 tot 2 vragen, meestal bij de laatste tekst met de instructie “Lees eerst de opgave voordat je naar de tekst gaat.”

Wat moet je kunnen?

  • Snel scannen naar het stuk tekst dat bij een vraag of informatiebehoefte past.
  • Antwoorden in de gevraagde vorm: ja/nee + alineanummer, een naam, of een kort antwoord in het Nederlands.
  • Oppervlakkige woordovereenkomst onderscheiden van echte inhoudelijke match.

De kern

StapWat je doet
1. lees de vraagwat wil je precies weten? noteer 2–3 trefwoorden (ook synoniemen in het Engels)
2. scankopjes, namen, getallen, trefwoorden
3. lees nauwkeurigalleen de gevonden passage
4. controleerbeantwoordt deze passage echt de vraag?
  • Vaak mogelijk antwoord: “Zo nee, antwoord ‘Nee’.” De informatie staat er dus niet altijd in.
  • De vraag is in het Nederlands, de tekst in het Engels: vertaal je trefwoorden (kosten → cost, price, fee).

Zo wordt het gevraagd

  • “Wordt in deze tekst een idee gegeven over hoe Jack Nicholson zo goed kon weten hoe de filmindustrie in elkaar zat? Zo ja, noem dan de alinea … Zo nee, antwoord ‘Nee’.” (2026-1 vraag 43).
  • Welke briefschrijver iets bepaalds schrijft, bij vijf korte brieven (2023-1 vraag 40).
  • “Which paragraph contains an actual example of such a conflict?” (2019-1 vraag 14).
  • Twee voorwaarden uit een tekst halen (2018-1 vraag 2, 2p).

Uitgewerkt voorbeeld

Ja/nee + alinea (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 43)

Vraag: Wordt in de tekst genoemd of de cursus ook online te volgen is? Zo ja, noem de alinea.

  1. Trefwoorden: online, remote, from home, virtual, distance.
  2. Scan: alinea 3 noemt our online platform, maar alleen voor het inschrijven.
  3. Alinea 5: All sessions can also be followed remotely. → dit beantwoordt de vraag.
  4. Antwoord: Ja, alinea 5.

Controle: alinea 3 was een schijnmatch (het woord online, maar over inschrijven). ✓

Valkuilen

  • De hele tekst nauwkeurig lezen: kost te veel tijd aan het eind van het examen.
  • Het eerste trefwoord dat je vindt meteen goedkeuren.
  • “Ja” antwoorden zonder alineanummer, of een alineanummer zonder dat de info er echt staat.
  • Vergeten dat “Nee” ook een goed antwoord kan zijn.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)