Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1 tot 5 vragen per tijdvak, meestal “Citeer de eerste twee woorden van deze zin” (1p).
Wat moet je kunnen?
- De juiste zin vinden en de eerste twee woorden noteren.
- Bij een precies afgebakend citaat exact het gevraagde woord of zinsdeel geven.
- De ja/nee-variant herkennen: soms is “Nee” het goede antwoord.
De kern
| Subtype | Wat je noteert | Te veel citeren? |
|---|---|---|
| hele zin | de eerste twee woorden (bij gelijke begin-woorden: drie) | mag: de juiste zin (deels) verder overnemen wordt niet fout gerekend |
| precies zinsdeel, woord of term | alleen dat zinsdeel | fout: meer citeren dan gevraagd = 0 punten |
| ja/nee + citaat | ”Nee”, of “Ja” + de eerste twee woorden | – |
Vaste regels
- Altijd in het Engels, letterlijk. Een vertaling of parafrase = 0 punten.
- Noteer er het alineanummer bij als dat helpt; het correctievoorschrift vermeldt het ook zo, bijvoorbeeld “Users start (alinea 2)”.
Zo wordt het gevraagd
- “In welke zin staat beschreven hoe ‘this etiquette’ werkt? Citeer de eerste twee woorden van deze zin.” (2021-1 vraag 5).
- “Welke meer gedetailleerde aanduiding verderop in de tekst verwijst nog eens naar …? Citeer deze aanduiding.” (2026-1 vraag 24): precies zinsdeel.
- “Citeer twee van de drie andere verwoordingen die de schrijver gebruikt voor ‘avian influenza’.” (2021-2 vraag 1, 2p).
- Ja/nee: “Wordt er in alinea 3-10 een situatie geschetst …? Zo nee, antwoord ‘Nee’. Zo ja, citeer de eerste twee woorden …” (2019-2 vraag 24).
Uitgewerkt voorbeeld
Hele zin (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 5)
Eigen voorbeeldalinea: (1) The app launched last year. (2) Users start by listing three hobbies. (3) The system then suggests people nearby. Vraag: In welke zin staat beschreven hoe de app werkt? Citeer de eerste twee woorden. Antwoord: “Users start” (zin 2 begint de uitleg van de werking; zin 3 vervolgt die).
Precies zinsdeel (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 24)
Vraag: Welke woordgroep verwijst later nog eens naar ‘these early adopters’? Citeer deze woordgroep. Goed: the first wave of users. Fout: de hele zin waarin die woordgroep staat (te veel geciteerd).
Valkuilen
- Het citaat in het Nederlands vertalen.
- Bij een precies citaat de hele zin overschrijven.
- De eerste zin kiezen waarin het onderwerp voorkomt, terwijl een latere zin de vraag beantwoordt.
- “Nee” vergeten als mogelijk antwoord bij de ja/nee-variant.
Test jezelf
Je schrijft bij een "eerste twee woorden"-vraag de hele juiste zin over. Goed of fout?
Goed: bij een hele-zinvraag wordt verder overnemen van de juiste zin niet fout gerekend.
Je vertaalt het gevraagde zinsdeel netjes in het Nederlands. Hoeveel punten?
0: citeervragen beantwoord je altijd letterlijk in het Engels.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2021 tijdvak 2, vraag 1: twee verwoordingen citeren (2p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 5 en 24: hele zin en precieze aanduiding (1p + 1p)
- 2019 tijdvak 2, vraag 24: ja/nee + citaat (1p)
- 2022 tijdvak 1, vraag 37: precies afgebakend citaat (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%. Doorgaans 1-5 vragen per tijdvak; het hele-zin-subtype (eerste twee woorden) is verreweg het meest voorkomend.
- 2026 tijdvak 2 — 3/42: vraag 23 (hele-zin), 28 (hybride ja/nee), 39 (precies-afgebakend, met expliciete toestemming voor ontbrekende aanhalingstekens).
- 2026 tijdvak 1 — 3/43: vraag 5, 37 (beide hele-zin, nieuwe soepelheidsformulering “vanaf het inhoudelijk bepalende deel”), 24 (precies-afgebakend, referentie-opvolgvariant — citeer een latere, specifiekere verwijzing naar hetzelfde begrip).
- 2025 tijdvak 2 — 4/41 (~10%): 3× hele-zin (Q9, 14, 34), 1× precies-afgebakend (Q19) — schoolvoorbeeld van het contrast tussen beide subtypes.
- 2025 tijdvak 1 — 3/42: vraag 7 (hele-zin), 13 (hybride ja/nee), 41 (met alternatief goedgekeurd antwoord).
- 2024 tijdvak 2 — 4x, alle hele-zin-subtype: vraag 6, 14, 28, 31.
- 2024 tijdvak 1 — 2x, beide hele-zin: vraag 9 (met een tweede toegestaan startpunt in de zin, bijzonder), 27.
- 2023 tijdvak 2 — 3 vragen: Q6, Q19 (beide hele-zin), Q40 (precies één woord, regelverwijzing i.p.v. alinea).
- 2023 tijdvak 1 — 3x, alle hele-zin: vraag 21, 32, 37 (met regelverwijzing i.p.v. alinea).
- 2022 tijdvak 3 — 2/41, beide hele-zin: vraag 13, 25 — beide met de uitgebreidere Opmerking “of de juiste zin op een andere manier is aangewezen”.
- 2022 tijdvak 2 — 1 hit (~2%): vraag 40, hele-zin-subtype, didactisch schoolvoorbeeld.
- 2022 tijdvak 1 — 2 hits: vraag 37 (precies-afgebakend, streng) vs. vraag 38 (hele-zin, soepel) — contrasterend paar.
- 2021 tijdvak 3 — 4/44: 2× hybride ja/nee (vraag 7, 42), 2× hele-zin (vraag 3, 38).
- 2021 tijdvak 2 — 5/42 (6 punten): drie subtypes tegelijk — precies-afgebakend (v1 meerdere elementen/2p, v2), hele-zin (v4, v11), hybride ja/nee (v33).
- 2021 tijdvak 1 — 2/42, beide hele-zin: vraag 5, 28 (hybride ja/nee).
- 2019 tijdvak 2 — 1/41, hybride ja/nee: vraag 24.
- 2019 tijdvak 1 — 1 hit: vraag 29, ongebruikelijke hybride die zowel Engels citeren als Nederlands parafraseren toestaat als gelijkwaardig alternatief.
- 2018 tijdvak 2 — 5 vragen: 3× hele-zin (soepele Opmerking), 1× precies-afgebakend (strenge Opmerking), 1× hybride ja/nee (valkuil: correct antwoord is “nee”).
- 2018 tijdvak 1 — 3 vragen: 2× hele-zin (identieke Opmerking herhaald), 1× hybride ja/nee (correct antwoord “nee”, geen citaat nodig).
- Vaste Opmerkingen: bij hele-zin-citaten steeds “niet fout rekenen wanneer de juiste zin (deels) verder is overgenomen of op een andere manier is aangewezen”; bij precies-afgebakende citaten het omgekeerde (“meer citeren dan aangegeven = geen scorepunt”). Vakspecifieke regel 2 (altijd in het Engels citeren) geldt structureel, met uitzondering van het 2019-1-hybride-geval waar Nederlands als alternatief werd toegestaan.
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)