Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal 1 tot 2 vragen per tijdvak (1–2p), altijd met “Geef antwoord in het Nederlands.”
Wat moet je kunnen?
- Een punt uit de tekst samenvatten of uitleggen in je eigen woorden, in het Nederlands.
- Precies het gevraagde aantal elementen geven.
- Specifiek genoeg antwoorden om aan de strekking in het beoordelingsmodel te voldoen.
De kern
| Regel | Gevolg |
|---|---|
| antwoord in het Nederlands (tenzij de vraag iets anders toestaat) | een Engels antwoord = 0 punten |
| geen aftrek voor spel- of grammaticafouten | alleen de inhoud telt |
| niet letterlijk overschrijven of vertalen | vat samen in eigen woorden |
| één element gevraagd | alleen het eerste antwoord telt |
| twee elementen gevraagd | alleen de eerste twee tellen, vaak 1p per element |
- Het beoordelingsmodel geeft “een antwoord met de volgende strekking”, met alternatieven gescheiden door ”/”. Andere formuleringen met dezelfde inhoud zijn goed.
- Een te vaag antwoord (een algemene observatie in plaats van het specifieke punt) levert vaak 0 punten op.
Zo wordt het gevraagd
- “Vat kort samen welk punt er wordt gemaakt over AI in alinea 2. Geef antwoord in het Nederlands.” (2026-2 vraag 9).
- “Welke twee concrete negatieve aspecten … spreken het idee van data als een ‘onschuldige wolk’ tegen?” (2026-1 vraag 15, 2p).
- “Wat suggereert de schrijver over wat Tom Cruise heeft laten doen met deze opmerking?” (2025-2 vraag 7).
- Soms mag ook Engels: “Geef antwoord in het Nederlands of in het Engels.” (2019-1 vraag 11).
Uitgewerkt voorbeeld
Twee elementen (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 15)
Eigen voorbeeldtekst: Cloud storage feels weightless, yet data centres use as much electricity as small countries and consume vast amounts of water for cooling. Vraag: Welke twee negatieve aspecten van dataopslag noemt de schrijver? Geef antwoord in het Nederlands. Antwoord:
- Datacentra verbruiken heel veel stroom.
- Ze gebruiken veel water voor koeling.
Twee elementen, in eigen woorden, in het Nederlands: 2p.
Valkuilen
- In het Engels antwoorden of een zin letterlijk vertalen.
- Drie elementen noemen als er twee gevraagd zijn (alleen de eerste twee tellen, ook als de derde de goede was).
- Te algemeen antwoorden (“het is slecht voor het milieu”).
- Een eigen mening geven in plaats van wat de tekst zegt.
Test jezelf
Kost een spelfout in je Nederlandse antwoord punten?
Nee: bij Engels wordt alleen de inhoud beoordeeld.
Er wordt één reden gevraagd. Je noemt er twee, de eerste fout en de tweede goed. Hoeveel punten?
0: alleen het eerstgegeven antwoord telt.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 15: twee negatieve aspecten (2p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 2: twee factoren volgens Amanda Casey (2p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 16: wat gaat er fout tijdens het diner (1p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 9: punt over AI samenvatten (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%. Doorgaans 1-2 vragen per tijdvak (uitzondering: 0 in 2022-tijdvak3); antwoordmodellen gebruiken vaak “een antwoord met de volgende strekking” gevolgd door meerdere ”/“-alternatieven (regel 3.7).
- 2026 tijdvak 2 — 2/42: vraag 9, 41.
- 2026 tijdvak 1 — 2/43: vraag 3, 15 (eerste 2-punts variant met twee losse antwoordelementen i.p.v. één samenhangend antwoord).
- 2025 tijdvak 2 — 2/41 (~5%): Q7 (met expliciete valkuil-waarschuwing tegen een te vaag antwoord), Q21.
- 2025 tijdvak 1 — 2/42: vraag 16, 23 (met “geen punt zonder uitleg”).
- 2024 tijdvak 2 — 1x: vraag 9, met bewust ruime “strekking”-formulering.
- 2024 tijdvak 1 — 2x: vraag 7 (met officiële aanvulling — altijd 1 scorepunt wegens een ontbrekend leesteken in de brontekst, zeldzame uitzondering), vraag 35 (expliciete waarschuwing tegen letterlijke vertaling in de vraagstelling zelf).
- 2023 tijdvak 2 — geen apart vermelde hits dit tijdvak.
- 2023 tijdvak 1 — 1x: vraag 5, klassiek voorbeeld met twee gelijkwaardige “strekking”-formuleringen.
- 2022 tijdvak 3 — 0/41, opvallende afwezigheid — alle “open” vragen dit tijdvak zijn feitelijke kort-antwoordvragen, geen enkele vraagt om uitleg/redenering.
- 2022 tijdvak 2 — 2 hits (~9% van de punten): vraag 5, 33 — meer “informatie selecteren en in het Nederlands weergeven” dan een klassieke samenvat-vraag.
- 2022 tijdvak 1 — 2 hits: vraag 8, 11 (met “of” tussen twee volledig uitgeschreven antwoordformuleringen, i.p.v. de gebruikelijke ”/“-notatie).
- 2021 tijdvak 3 — 2/44: vraag 11, 40 (met uitgebreide Opmerking die regel 3.6 concreet illustreert).
- 2021 tijdvak 2 — 1/42: vraag 41, enige “echte” open vraag dit tijdvak.
- 2021 tijdvak 1 — 1/42: vraag 2, twee gevraagde elementen (regel 3.5).
- 2019 tijdvak 1 — 1 hit: vraag 11, met de opvallende uitzondering dat zowel Nederlands als Engels wordt toegestaan (afwijking van de standaardregel).
- 2018 tijdvak 2 — 1 vraag: Q40.
- 2018 tijdvak 1 — 2 vragen: Q2 (met Engels als evengoed geaccepteerd antwoordpad naast Nederlands — afwijking van de standaardregel), Q14.
- Structurele bevestiging van de vakspecifieke regel (Nederlands verplicht, letterlijke vertaling/citaat = 0 punten), met incidentele, expliciet aangegeven uitzonderingen waarbij Engels ook is toegestaan (2018-1 v2, 2019-1 v11).
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)