Prioriteit: 🟢 Laag
In 0 van de 8 onderzochte examenjaren als zelfstandig onderwerp gevraagd; wel achtergrondkennis bij krachtentekeningen (bijvoorbeeld de reactiekracht van het ijs op een schaatser).
Wat moet je kunnen?
- Bij een kracht de bijbehorende reactiekracht noemen (grootte, richting, op welk voorwerp).
- Uitleggen waarom actie en reactie elkaar niet opheffen.
De kern
| Actie | Reactie |
|---|---|
| aarde trekt aan jou () | jij trekt aan de aarde |
| jij duwt op de vloer (gewicht) | vloer duwt op jou (normaalkracht) |
| schaatser zet af tegen het ijs | ijs duwt de schaatser vooruit |
- Actie en reactie zijn even groot, tegengesteld en werken op verschillende voorwerpen.
- Normaalkracht en zwaartekracht op hetzelfde voorwerp zijn geen actie-reactiepaar (dat is evenwicht, zie Eerste wet van Newton).
Valkuilen
- en op één voorwerp als actie-reactie aanwijzen.
- Denken dat het zwaardere voorwerp een grotere kracht uitoefent.
- Actie en reactie tegen elkaar wegstrepen in een krachtenbalans van één voorwerp.
Test jezelf
Een vrachtwagen botst op een fiets. Welk voertuig voelt de grootste kracht?
Even groot; de fiets krijgt wel een veel grotere versnelling (kleinere massa).
Wat is de reactiekracht van de zwaartekracht op een appel?
De kracht waarmee de appel aan de aarde trekt.
Alle vindplaatsen
Niet aangetroffen als zelfstandig bevraagd onderwerp in de 8 onderzochte examenjaren (2018-2026) — 0%. Functioneert mogelijk als achtergrondkennis binnen andere vragen.
Ondersteunende onderwerpen
- (geen: basiswet)
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)