Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als redeneervraag: welke grafiek past bij het model, welke aanname klopt niet, of wordt een theorie verworpen door de meting?

Wat moet je kunnen?

  • De aannames van een model herkennen en hun gevolg benoemen.
  • Een model toetsen aan meetgegevens en een conclusie trekken.
  • Het geldigheidsgebied en de beperkingen van een model aangeven.

De kern

Soort modelVoorbeeld
denkmodeldeeltjesmodel, energieput, massa-veermodel van een molecuul
schaalmodeleen verkleinde opstelling
numeriek modelmodelregels met (zie Numeriek modelleren)
computermodelsimulatie met veel parameters
  • Een model is altijd een vereenvoudiging: het werkt alleen binnen bepaalde grenzen (bijvoorbeeld “wrijving verwaarloosd”, “puntmassa”, “constante ”).
  • Toetsen: vergelijk de voorspelling van het model met de meting. Wijkt die systematisch af, dan klopt een aanname niet.
  • Een verschijnsel dat het model niet kan verklaren, is een reden om het model aan te passen of te verwerpen.

Zo wordt het gevraagd

  • De juiste (M,t)-grafiek kiezen die het verdampingsmodel met weergeeft (2023-2 vraag 28).
  • Een theorie (thermische activering) toetsen bij 10 K en 2100 K en verwerpen (2018-1 vraag 8, 4p).
  • Modelaannames (constant vermogen en snelheidsevenredige spierkracht) combineren tot een formule (2018-2 vraag 16).
  • Een botsende-deeltjesmodel benoemen als klassiek model voor de afname van bundelintensiteit (2023-1 vraag 21).

Uitgewerkt voorbeeld

Model toetsen (examenstijl, vergelijk 2018-1 vraag 8)

Een model voorspelt dat een proces bij lage temperatuur vrijwel niet optreedt. De meting laat zien dat het bij 10 K even vaak optreedt als bij 2100 K.

  1. Voorspelling en meting verschillen sterk bij lage .
  2. Het model (thermische activering) kan de meting niet verklaren.
  3. Conclusie: het model wordt verworpen voor deze situatie; er is een andere verklaring nodig (bijvoorbeeld tunnelen).

Valkuilen

  • Een model “fout” noemen zonder aan te geven welke aanname niet klopt.
  • Een model toepassen buiten zijn geldigheidsgebied.
  • Denken dat een model dat bij één meting klopt, daarmee bewezen is.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen: domeinoverstijgend)
Onderwerpen die dit ondersteunt