Prioriteit: 🔮 Hoog

In 3 van de 3 onderzochte examenjaren, meestal als meerkeuze “met welk woord kan deze houding het best worden getypeerd?” (1p) of als “positief of negatief” per persoon, soms met een citeeropdracht (2p).

Wat moet je kunnen?

  • De houding of opvatting van de auteur, een verteller of een besproken persoon benoemen.
  • Een citaat vinden waaruit een houding blijkt (bijv. een negatieve typering).
  • Ironie en figuurlijk taalgebruik juist interpreteren.

De kern

Signaal in de tekstWat het verraadt
waarderende woorden (helaas, terecht, absurd, briljant)positief of negatief oordeel
connotatie (regeltjes tegenover regels)minachting of waardering
ironie: de letterlijke tekst botst met de contextspot, kritiek
selectie: alleen voorbeelden van één kantpartijdigheid
retorische vraag, overdrijvingsterke mening
  • Let op wie de houding heeft: de auteur, een geciteerde persoon, of de ik-figuur in een literair fragment.
  • Houdingswoorden in opties verschillen vaak subtiel: sarcastisch (bijtende spot), ironisch (het tegenovergestelde zeggen), geĂŻrriteerd, verwonderd, beschaamd, kritisch, mild spottend.

Zo wordt het gevraagd

  • “Uit het taalgebruik in deze alinea blijkt een bepaalde houding van de ik-figuur 
 Met welk woord kan deze houding het best worden getypeerd?” (2026-2): meerkeuze.
  • ”
 de auteur 
 de uitwerking van Nussbaums ideeĂ«n herhaaldelijk negatief typeert 
 Citeer een zinsgedeelte waaruit dit duidelijk blijkt” (2026-1): max. 7 woorden per citaat.
  • Per persoon positief of negatief tegenover een opvatting (2026-1 vraag 19).
  • Welke partijen het waarschijnlijk eens zijn met een uitspraak, gelet op de tekst (2024-2 vraag 37).

Uitgewerkt voorbeeld

Houding typeren (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 12)

Fragment: “Weer zat ik op de bank, keek naar weer een stel dat ‘voor het eerst echt verliefd’ was, en vroeg me af hoeveel afleveringen van eeuwige liefde één seizoen kon bevatten.” Opties: A beschaamd, B geĂŻrriteerd, C sarcastisch, D verwonderd.

  1. Signalen: weer 
 weer, aanhalingstekens rond “voor het eerst echt verliefd”, overdrijving “eeuwige liefde”.
  2. De aanhalingstekens en de overdrijving drijven de spot met het programma: bijtende spot.
  3. Niet verwonderd (geen oprechte verbazing), niet beschaamd; geĂŻrriteerd mist de spot.
  4. Antwoord: C, sarcastisch.

Citaat voor een negatieve typering (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 5)

Opdracht: citeer een zinsgedeelte (max. 7 woorden) waaruit blijkt dat de auteur een idee negatief typeert.

  1. Zoek woorden met een negatieve lading over dat idee (naĂŻef, wereldvreemd, onuitvoerbaar).
  2. Kies het zinsgedeelte waarin dat woord direct op het idee slaat.
  3. Tel de woorden: meer dan 7 kost het punt.

Valkuilen

  • De mening van een geciteerde persoon toeschrijven aan de auteur.
  • Ironie letterlijk nemen.
  • Een houdingswoord kiezen dat te sterk of te zwak is.
  • Bij citeervragen het woordmaximum overschrijden (zie Aftrekregeling bij open vragen).

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt