Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, als halfreacties bij elektrolyse (3–4p) en als rekenvraag lading ↔ stof (3–5p).

Wat moet je kunnen?

  • De halfreacties aan beide elektroden en de totaalvergelijking opstellen.
  • Rekenen met stroomsterkte, tijd, lading en mol elektronen.
  • Uitleggen welke ionen door een membraan gaan tijdens elektrolyse of opladen.

De kern

Bij elektrolyseNegatieve elektrodePositieve elektrode
soort reactiereductie (OX neemt e⁻ op)oxidatie (RED staat e⁻ af)

  • De stroombron pompt elektronen naar de negatieve elektrode; daar reageert de sterkste oxidator.
  • Opladen van een accu is elektrolyse: de reacties van het ontladen lopen omgekeerd (zie Elektrochemische cel).
  • “Minimale” stroom of lading: je gaat uit van 100% rendement.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef de vergelijkingen van de halfreacties die verlopen en geef de totaalvergelijking. Gebruik molecuulformules” (2026-1): 4p.
  • “Bereken de minimale stroomsterkte in ampère die nodig was tijdens het experiment” (2026-1): 3p.
  • “Bereken de toename van de dikte van de koperelektrode in mm”: lading → mol e⁻ → mol Cu → massa → volume → dikte (2021-3): 5p.

Uitgewerkt voorbeeld

Minimale stroomsterkte (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 18)

In 30 minuten moet 0,010 mol product ontstaan; per molecuul zijn 2 e⁻ nodig.

  1. mol
  2. C
  3. 1,1 A

Valkuilen

  • De polen van een elektrochemische cel overnemen: bij elektrolyse is de negatieve elektrode de plek van reductie.
  • Minuten of uren niet omrekenen naar seconden.
  • Het aantal elektronen per deeltje uit de halfreactie vergeten.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt