Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als “geef de vergelijking van de halfreactie … en de totaalvergelijking” (2–3p), vaak in een batterij- of elektrolysecontext.

Wat moet je kunnen?

  • Een halfreactie afleiden uit een gegeven omzetting, in zuur of basisch milieu.
  • Twee halfreacties combineren tot een kloppende totaalvergelijking.
  • Oxidator en reductor herkennen, en uitleggen of een omzetting redox of zuur-base is.
  • Koppelen aan de elektrode: waar oxidatie gebeurt en welke pool dat is.

De kern

  • Oxidator (OX) neemt elektronen op en wordt gereduceerd.
  • Reductor (RED) staat elektronen af en wordt geoxideerd.
  • Redox = overdracht van elektronen. Zuur-base = overdracht van H⁺.
  • De sterkte van oxidatoren en reductoren staat in je informatieboek (Binas-tabel 48), zie Standaardelektrodepotentiaal.

Halfreactie opstellen:

StapZuur milieuBasisch milieu
1deeltje links, product rechtsidem
2andere atomen dan O en H kloppendidem
3O kloppend met H₂OO en H kloppend met H₂O en OH⁻
4H kloppend met H⁺–
5lading kloppend met e⁻lading kloppend met e⁻

Totaalvergelijking: vermenigvuldig de halfreacties zo dat het aantal e⁻ gelijk is, tel op, streep weg (e⁻, H₂O, H⁺ die links en rechts staan).

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef de vergelijking van de halfreactie van zuurstof tot waterstofperoxide. Geef de totaalvergelijking van de redoxreactie” (2026-2).
  • “Leid de halfreactie van de omzetting van … tot … af. Gebruik hierbij molecuulformules” (2023-2): reductie met H₂O en e⁻, OH⁻ als product.
  • “Geef de vergelijkingen van de halfreacties die verlopen tijdens het opladen en geef de totaalvergelijking” (2024-1): 3p.
  • “Leg uit … of de omzetting van DEA tot DSIDA een zuur-basereactie is of een redoxreactie” (2023-1).

Uitgewerkt voorbeeld

Halfreactie en totaalvergelijking (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 18)

O₂ wordt in zuur milieu omgezet tot H₂O₂; de reductor is Fe²⁺ (wordt Fe³⁺).

  1. O₂ → H₂O₂: O klopt (2 = 2). H: rechts 2, dus 2 H⁺ links.
  2. Lading: links , rechts 0, dus 2 e⁻ links:
  3. Reductor: , dus × 2.
  4. Totaal:

Controle: lading links , rechts . ✓

CO₂ tot methanol (examenstijl, vergelijk 2022-3 vraag 5)

  1. : C klopt.
  2. O: links 2, rechts 1, dus rechts.
  3. H: rechts , dus 6 H⁺ links.
  4. Lading: links , rechts 0, dus 6 e⁻ links.

— elektronen links, dus CO₂ is oxidator. ✓

Valkuilen

  • Elektronen aan de verkeerde kant: bij een oxidator staan ze links.
  • In basisch milieu H⁺ gebruiken.
  • Bij het optellen de elektronen niet gelijk maken.
  • Oxidator en reductor verwisselen (“wordt geoxideerd” = is de reductor).
  • Een zuur-basereactie redox noemen: kijk of er e⁻ of H⁺ wordt overgedragen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt