Prioriteit: 🔴 Hoog

In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak in een batterij- of brandstofcelcontext: halfreacties per elektrode (3p), welke pool, ionen door het membraan, en rekenen met stroom en lading (3–4p).

Wat moet je kunnen?

  • De halfreacties aan de positieve en negatieve elektrode opstellen, en de totaalreactie.
  • Beredeneren welke elektrode positief of negatief is.
  • Uitleggen welke ionen door het membraan gaan, en in welke richting.
  • Rekenen met stroomsterkte, tijd en lading: , mol elektronen, massa omgezette stof.

De kern

Tijdens stroomleveringNegatieve elektrodePositieve elektrode
wat reageert?reductoroxidator
soort reactieoxidatie (e⁻ vrij)reductie (e⁻ opgenomen)
e⁻ in de halfreactierechtslinks
  • Elektronen lopen door de draad van − naar +.
  • Ionen lopen door het membraan of de zoutbrug zo dat beide kanten elektrisch neutraal blijven: positieve ionen naar de positieve elektrode, negatieve ionen naar de negatieve.
  • Opladen (accu): alles gaat andersom; er wordt elektrische energie toegevoerd, het is dan een elektrolyse (zie Elektrolyse).
  • Brandstofcel: de brandstof (bijv. H₂) is de reductor, O₂ de oxidator; ze worden continu aangevoerd.
  • De sterkste oxidator en reductor vind je met de Standaardelektrodepotentiaal.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef de vergelijkingen van de halfreacties die verlopen in de brandstofcel en geef de totaalvergelijking” (2018-2).
  • “Leg uit of de lithiumelektrode … de positieve of de negatieve elektrode is” (2023-1).
  • “Leg uit in welke richting de H⁺-ionen door het membraan passeren tijdens het opladen” (2018-1).
  • “Bereken de massa in gram [stof] die is omgezet” uit stroomsterkte en tijd, in het juiste aantal significante cijfers (2022-1).
  • “Leid met behulp van een berekening af welke van deze twee batterijen de hoogste ladingsdichtheid heeft” (2023-1).

Uitgewerkt voorbeeld

Waterstof-brandstofcel (examenstijl, vergelijk 2018-2 vraag 11)

Zuur milieu, membraan laat H⁺ door.

  • Negatief (reductor H₂): (× 2)
  • Positief (oxidator O₂):
  • Totaal:
  • H⁺ ontstaat aan de negatieve kant en wordt aan de positieve kant verbruikt: H⁺ gaat door het membraan van − naar +. ✓

Massa uit stroom en tijd (examenstijl, vergelijk 2022-1 vraag 24)

Een zink-batterij levert 0,20 A gedurende 2,0 uur; .

  1. C
  2. mol
  3. mol
  4. 0,49 g Zn

Valkuilen

  • Plus en min omdraaien: de reductor zit bij stroomlevering aan de negatieve kant.
  • Bij opladen dezelfde halfreacties gebruiken als bij ontladen.
  • Uren niet omrekenen naar seconden.
  • De verhouding e⁻ : stof uit de halfreactie vergeten (Zn geeft 2 e⁻).
  • Ionen de verkeerde kant op sturen: redeneer vanuit waar ze ontstaan en verbruikt worden.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt