Prioriteit: 🟢 Laag
In 2 van de 8 onderzochte examenjaren, als uitleg waarom een deeltje (niet) door een membraan gaat, of wat de pH doet met binding van een ion.
Wat moet je kunnen?
- Uitleggen waarom een geladen deeltje het celmembraan niet passeert en een klein ongeladen deeltje wel.
- Redeneren hoe de pH de lading van een deeltje of een bindingsplaats verandert.
De kern
- Celmembraan: dubbellaag van fosfolipiden, hydrofiele koppen buiten, hydrofobe staarten binnen (zie Vetten).
- Kleine, ongeladen, weinig polaire deeltjes gaan erdoor; ionen niet (zie Hydrofiel en hydrofoob).
- De pH bepaalt de lading van zwakke zuren en basen: HClO (ongeladen) tegenover ClO⁻ (geladen).
- Bij lage pH worden restgroepen van eiwitten geprotoneerd; een metaalion dat daaraan gebonden was, kan dan vrijkomen.
Valkuilen
- “Het ion is te groot” als reden geven: het gaat om de lading tegenover de apolaire binnenkant.
- Vergeten dat de pH bepaalt welke vorm (geladen of ongeladen) overheerst.
Test jezelf
Waarom kan HClO het celmembraan wel passeren en ClO⁻ niet?
HClO is ongeladen; ClO⁻ is geladen en kan niet door de apolaire binnenkant van de dubbellaag.
Waarom komt Fe³⁺ vrij uit transferrine bij lage pH?
De restgroepen die Fe³⁺ binden worden geprotoneerd: ze verliezen hun negatieve lading of vrij elektronenpaar en laten het ion los.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 2 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 25%.
- 2026 tijdvak 1: vraag 2
- 2021 tijdvak 1: vraag 13
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)