Prioriteit: đź”´ Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak 2–3 vragen per opgave: uitkomst bepalen, dominante strategie aantonen “met getallen uit de matrix”, of een spelboom analyseren.

Wat moet je kunnen?

  • Een pay-off matrix lezen en per speler de beste reactie bepalen.
  • Dominante strategieĂ«n en het Nash-evenwicht aantonen met getallen.
  • Een spelboom oplossen door van achter naar voren te redeneren.
  • Pay-offs berekenen uit gegeven kosten en opbrengsten.

De kern

SpelvormKenmerkAanpak
simultaanspelers kiezen tegelijkpay-off matrix; beste reactie per kolom en rij
sequentieelspelers kiezen na elkaarspelboom; begin bij de laatste beslissing
herhaaldhetzelfde spel meerdere kerensamenwerking kan lonen (reputatie)
  • Dominante strategie: de beste keuze, wat de ander ook doet.
  • Nash-evenwicht: geen van beide spelers kan zijn uitkomst verbeteren door alleen zelf anders te kiezen (zie Nash-evenwicht).
  • Gevangenendilemma: beide dominante strategieĂ«n leiden tot een uitkomst die voor beiden slechter is dan samenwerken (zie Gevangenendilemma).

Antwoordsjabloon “met getallen uit de matrix”: “Als B voor X kiest, heeft A bij Y een pay-off van … en bij Z van …, dus A kiest … Als B voor …”

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg uit met behulp van getallen uit de matrix of er sprake is van een Nash-evenwicht” (2025-2 vraag 20).
  • “Toon met een berekening aan dat de financiĂ«le reserve … stijgt met € 10.000”: een cel uit de matrix doorrekenen (2025-2 vraag 19, 3p).
  • “Leg de conclusies uit en gebruik getallen uit de spelboom voor het aantonen van het Nash-evenwicht” (2023-2 vraag 20, 3p).
  • “Leg uit welke uitkomst tot stand zal komen” in een spelboom (2024-2 vraag 5).

Uitgewerkt voorbeeld

Prijsspel tussen twee bedrijven (examenstijl, vergelijk 2025-2 vraag 20)

Winst (A, B) in miljoen euro:

B: hoge prijsB: lage prijs
A: hoge prijs(10, 10)(4, 12)
A: lage prijs(12, 4)(6, 6)
  1. Kiest B hoog: A kiest laag (12 > 10). Kiest B laag: A kiest laag (6 > 4). Laag is dominant voor A.
  2. Door symmetrie is laag ook dominant voor B.
  3. Nash-evenwicht: (laag, laag) met (6, 6). Samen hoog (10, 10) zou beter zijn: een gevangenendilemma.

Valkuilen

  • Pay-offs van de verkeerde speler vergelijken (let op de volgorde in de cellen).
  • Het Nash-evenwicht verwarren met de uitkomst die voor beiden het best is.
  • Bij een spelboom van voor naar achter redeneren.
  • “Met getallen” vergeten: de getallen uit de matrix horen in je antwoord.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen)
Onderwerpen die dit ondersteunt