Prioriteit: đź”´ Hoog

In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, vooral als uitlegvraag: “Betrek de totale factorproductiviteit in je antwoord.”

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen hoe een maatregel (R&D, onderwijs, instituties) A verhoogt.
  • Arbeidsproductiviteit, kapitaal en A uit elkaar houden.
  • Berekenen welk deel van de productiviteitsgroei door een bepaalde factor komt.

De kern

Verhoogt AHoe
innovatie en R&Dnieuwe producten en processen
onderwijs en scholingwerknemers werken slimmer
handel en concurrentiespecialisatie, prikkel tot efficiëntie
institutieseigendomsrechten, rechtsstaat, goede overheid
infrastructuurminder tijdverlies en transactiekosten
  • Arbeidsproductiviteit (productie per gewerkt uur) stijgt door meer kapitaal per werknemer of door een hogere A.
  • Hogere A verlaagt de loonkosten per product, wat de inflatie kan drukken (zie Categoriale inkomensverdeling en AIQ).
  • Groeibeleid richt zich vaak op A omdat meer K of L alleen een eindige groei geeft (zie Structurele economische groei).

Zo wordt het gevraagd

  • “Leg de conclusie van de onderzoekers uit. Betrek de totale factorproductiviteit in je antwoord” bij R&D (2023-2 vraag 5).
  • “Bereken voor welk deel de stijging van de arbeidsproductiviteit in 2014 ten opzichte van 2003 werd veroorzaakt door ICT.” (2018-2 vraag 8).
  • “Verklaar met behulp van figuur 1 dat een lagere groei van de lonen kan leiden tot een lagere groei van de arbeidsproductiviteit” (2022-1 vraag 15).
  • “Leg argument c uit”: meer opleidingskansen, hoger opleidingsniveau, hogere groei (2019-2 vraag 25).

Uitgewerkt voorbeeld

Aandeel van ICT (examenstijl, vergelijk 2018-2 vraag 8)

De arbeidsproductiviteit steeg in een periode met 20%. Daarvan kwam 8 procentpunt door ICT. Aandeel ICT: 40%.

R&D en A (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 5)

R&D levert nieuwe productiemethoden op → met dezelfde hoeveelheid kapitaal en arbeid wordt meer geproduceerd → A stijgt → hogere structurele groei.

Valkuilen

  • Een hogere A verwarren met meer kapitaal (“meer machines”).
  • Arbeidsproductiviteit gelijkstellen aan A.
  • Bij “betrek A” niet zeggen dat de input gelijk blijft.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)