Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 2 tot 5 vragen per tijdvak, meestal met 4 beweringen voor 2 punten: relatief veel punten per vraag.
Wat moet je kunnen?
- Elke bewering apart toetsen aan de aangegeven alinea’s.
- Het verschil zien tussen “wordt genoemd / komt aan de orde” en “komt overeen met de inhoud”.
- Impliciete informatie meenemen: een bewering kan “wel” zijn zonder letterlijk in de tekst te staan.
De kern
Scoretrap (vaste tabel in het correctievoorschrift):
| Aantal beweringen | Maximum | Punten |
|---|---|---|
| 2 | 1p | 2 goed = 1, anders 0 |
| 4 | 2p | 4 goed = 2, 3 goed = 1, 2 of minder = 0 |
| 6 | 3p | 6 goed = 3, 5 = 2, 4 = 1, 3 of minder = 0 |
| 7 | 4p | 7 goed = 4, 6 = 3, 5 = 2, 4 = 1, 3 of minder = 0 |
- Noteer wel of niet achter elk nummer. Een ander, maar ondubbelzinnig antwoord (bijvoorbeeld ja/nee) wordt volgens de vaste Opmerking ook goedgekeurd.
- Twijfel je bij één bewering, dan is het de moeite waard: bij 4 beweringen kost één fout al een punt.
Aanpak
- Lees de vraagstelling: welke alinea’s, en wat wordt er getoetst (genoemd? juist? spottend bedoeld?)
- Zoek per bewering de plek in de tekst.
- Beslis per bewering, los van de andere.
Zo wordt het gevraagd
- “Komen de volgende aspecten van parodie aan de orde in alinea 7-8? Noteer ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer.” (2025-1 vraag 26, 2p).
- Beweringen over overeenkomst met de inhoud van alinea 4-5 (2022-2 vraag 15).
- Zeven beweringen voor 4 punten (2022-1 vraag 34).
- Beweringen die twee bronnen vergelijken: tekst plus een losse alinea uit een ander boek (2026-1 vraag 7).
Uitgewerkt voorbeeld
Genoemd of niet? (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 26)
Eigen voorbeeldalinea: Satire has always mocked the powerful. It relies on exaggeration, and it only works if the audience recognises its target. Good satire also makes people laugh. Komen de volgende kenmerken aan de orde?
- overdrijving → wel (exaggeration)
- herkenbaarheid van het doelwit → wel (recognises its target)
- het risico op juridische problemen → niet
- humor → wel (makes people laugh)
Vier goed: 2p. Controle: bij 3 staat niets over rechtszaken, ook al is het een logisch risico van satire. ✓
Valkuilen
- “Niet genoemd” verwarren met “onwaar”: lees wat er precies gevraagd wordt.
- Algemene kennis gebruiken in plaats van de tekst.
- Buiten de aangegeven alinea’s zoeken.
- De antwoorden niet bij de juiste nummers zetten.
Test jezelf
Een vraag heeft vier beweringen en je hebt er drie goed. Hoeveel punten krijg je?
1 punt (van de 2).
Mag je "true" schrijven in plaats van "wel"?
Ja, als het ondubbelzinnig is, volgens de vaste Opmerking in het correctievoorschrift. Houd je voor de zekerheid aan “wel/niet”.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2022 tijdvak 1, vraag 34: zeven beweringen (4p)
- 2025 tijdvak 1, vraag 26: aspecten van parodie (2p)
- 2024 tijdvak 1, vraag 4: zes beweringen (3p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 7: twee bronnen vergelijken (1p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%. Doorgaans 2-5 vragen per tijdvak (meestal 4 items/2p per vraag), relatief zwaar in scorepunten t.o.v. de vraagfrequentie.
- 2026 tijdvak 2 — 3/42 (5 punten): vraag 14 (4 items), 25 (2 items), 33 (4 items).
- 2026 tijdvak 1 — 3/43 (5 punten): vraag 7 (nieuwe variant met twee brondocumenten), 14, 23.
- 2025 tijdvak 2 — 2/41 (~5%, 4 punten): vraag 24, 36 — beide 4 items, standaard drempelscoring.
- 2025 tijdvak 1 — 3/42 (5 punten): vraag 26 (3 items), 31 (4 items), 38 (2 items, uitzonderlijk 1p ondanks twee deelbeweringen).
- 2024 tijdvak 2 — 3x (6 punten): vraag 26, 34, 41 — alle drie 4 items/2p.
- 2024 tijdvak 1 — 3x (8 punten, relatief zwaar): vraag 4 (6 items/3p), 25 (4 items/2p), 31 (5 items/3p) — drie net iets verschillende vraagformuleringen illustreren het “niet vermeld ≠ onjuist”-onderscheid.
- 2023 tijdvak 2 — 4 vragen: Q3 (2 items/1p), Q10 (4 items/2p), Q18 (2 items/1p), Q28 (6 items/3p, grootste dit tijdvak, in het Nederlands over een Engels fragment).
- 2023 tijdvak 1 — 3x: vraag 7, 33 (beide 4 items/2p), 36 (6 items/3p).
- 2022 tijdvak 3 — 4/41 (9 punten): vraag 2 (2 items/1p), 22 (4 items/2p), 27 (3 items/2p), 30 (8 items/4p, zwaarste enkelvoudige vraag van het tijdvak).
- 2022 tijdvak 2 — 3/40 (7,5%, 6 punten): vraag 15, 22, 34 — alle drie 4 items/2p met identieke scoretrap.
- 2022 tijdvak 1 — 3x: vraag 22 (4 items/2p), 34 (7 items/4p), 41 (4 items/2p).
- 2021 tijdvak 3 — 4/44 (5 punten): vraag 4, 20, 36 (elk 2 items/1p), 41 (4 items/2p) — opvallend veel 2-itemvragen dit tijdvak.
- 2021 tijdvak 2 — 3/42 (6 punten): vraag 26, 34, 39 — alle drie 4 items/2p, geen 1p-variant dit tijdvak.
- 2021 tijdvak 1 — 4/42 (8 punten): vraag 10, 19 (toonvraag i.p.v. inhoudsvraag), 31 (met officiële aanvulling wegens erkende ambiguïteit), 42 — dit tijdvak ontbreekt de vaste “scorepunt ook bij ander dan wel/niet”-Opmerking in het beoordelingsmodel.
- 2019 tijdvak 2 — 5/41 (9 punten): vraag 5 (2 items/1p), 7, 14, 28, 30.
- 2019 tijdvak 1 — 5 hits: variërend van 2 tot 5 items; op het antwoordblad steeds in de kolom “Open vragen”, niet bij de MC-omcirkelkolom.
- 2018 tijdvak 2 — 4 vragen (9 punten): Q4, Q16 (5 items/3p), Q33, Q35.
- 2018 tijdvak 1 — 3 vragen (7 punten): Q13, Q25 (beide 4 items/2p), Q35 (6 items/3p).
- Vaste Opmerking bij vrijwel elk tijdvak: “Scorepunt(en) ook toekennen als duidelijk de juiste antwoorden zijn gegeven anders dan middels ‘wel’ of ‘niet’” — ontbreekt uitzonderlijk in 2021-tijdvak1.
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)