Prioriteit: 🟠 Midden

In 4 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als eerste vraag van een opgave: gemiddelde snelheid of tijdsduur berekenen, met de juiste significantie (2–3p).

Wat moet je kunnen?

  • Rekenen met en .
  • Omrekenen tussen km/h en m/s en tussen minuten en seconden.
  • Een eenparige beweging herkennen in een (x,t)- of (v,t)-diagram.

De kern

DiagramEenparige beweging
(x,t)rechte lijn, helling
(v,t)horizontale lijn, oppervlakte

Zo wordt het gevraagd

  • Gemiddelde snelheid uit de totale afstand (negen ronden) en de eindtijd, met correcte significantie (2025-1 vraag 1, 3p).
  • Tijdsduur van de recordmijl uit afstand en gemiddelde snelheid (2024-1 vraag 1, 3p).
  • Verschil in gemiddelde snelheid tussen twee atleten over 100 m (2019-1 vraag 1).

Uitgewerkt voorbeeld

Gemiddelde snelheid (examenstijl, vergelijk 2025-1 vraag 1)

Een schaatser rijdt 3600 m in 8 minuten en 20 seconden.

  1. s
  2. 7,2 m/s ( km/h)

Valkuilen

  • Minuten en seconden als decimaal getal lezen (8:20 is niet 8,20 min).
  • km/h in een formule gebruiken zonder om te rekenen.
  • Het antwoord niet in de gevraagde significantie geven.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)