Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna altijd als redeneervraag: wanneer is de inductiespanning maximaal, of wat doet een aanpassing aan de dynamo met spanning en frequentie?

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen wanneer er een inductiespanning ontstaat (flux verandert).
  • Bepalen wanneer de inductiespanning maximaal is: waar de flux het snelst verandert (steilste helling).
  • Beredeneren wat meer windingen, een sterkere magneet of een hogere snelheid doen met spanning en frequentie.

De kern

Aanpassing aan een dynamoAmplitude Frequentie
sneller draaiengrotergroter
meer windingengrotergelijk
sterkere magneetgrotergelijk
meer magneetpolengroter (snellere wisseling)groter
  • Eenheid van flux: weber (Wb) .
  • Maximale bij de steilste helling in een - of -diagram, niet bij de grootste flux.
  • In een metalen plaat in een veranderend veld ontstaan wervelstromen.
  • Het veld zelf: zie Magnetisch veld.

Controleren

De tabel zegt dat meer magneetpolen bij dezelfde draaisnelheid zowel de frequentie als de amplitude van de inductiespanning groter maken. Natuurkundig klopt dat (de flux wisselt sneller), maar het antwoordmodel van 2025-1 vraag 14 staat niet in de digest. Vergelijk met het correctievoorschrift.

Zo wordt het gevraagd

  • Tijdstip van de maximale inductiestroom in de munt bepalen uit de steilheid van het -diagram (2026-2 vraag 13, 3p).
  • Effect van drie aanpassingen (snelheid, windingen, aantal magneten) op spanning en frequentie (2025-1 vraag 14, 3p).
  • Maximale spanning bij de evenwichtsstand verklaren via (2019-2 vraag 12).
  • Wervelstromen in een draaiende schijf en hun sterkte bij hogere snelheid (2023-2 vraag 19).

Uitgewerkt voorbeeld

Magneet aan een veer boven een spoel (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 12)

Een magneet trilt op en neer boven een spoel. Wanneer is de inductiespanning maximaal?

  1. : groot als de flux snel verandert.
  2. In de uiterste standen staat de magneet even stil: , dus .
  3. In de evenwichtsstand is de snelheid maximaal: daar is het grootst.

Valkuilen

  • Denken dat een grote flux een grote spanning geeft (het gaat om de verandering).
  • Een stilstaande magneet in een spoel een spanning laten opwekken.
  • Vergeten dat meer windingen de frequentie niet veranderen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)