Prioriteit: 🔴 Hoog

In 6 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als tekenvraag op de uitwerkbijlage (veldrichting, stroomrichting of polen, 1–4p).

Wat moet je kunnen?

  • De richting van het veld bepalen bij een magneet, een rechte stroomdraad en een spoel.
  • Uit de veldrichting de stroomrichting in een spoel afleiden, en andersom.
  • De veldsterkte vergelijken aan de dichtheid van de veldlijnen.
  • Noord- en zuidpolen aanwijzen (ook van de aarde).

De kern

BronVeldRegel
staafmagneetbuiten de magneet van N naar Z–
rechte stroomdraadcirkels om de draadduim in stroomrichting, vingers geven de veldrichting
spoelals een staafmagneet, binnenin homogeenvingers in stroomrichting, duim wijst naar de noordpool
  • Dichtere veldlijnen: sterker veld.
  • De aardmagnetische noordpool ligt bij de geografische zuidpool (de noordpool van een kompas wijst naar het noorden).
  • Twee draden met even grote, tegengestelde stromen (fase en nul) heffen elkaars veld op; bij een lekstroom niet.
  • Het veld oefent een Lorentzkracht uit op bewegende lading; een veranderend veld veroorzaakt Elektromagnetische inductie.

Zo wordt het gevraagd

  • Richting van de elektrische stroom door de spoelwindingen afleiden uit de veldlijnrichting (2024-1 vraag 12).
  • Grotere veldsterkte in punt P dan in Q uit de dichtheid van de veldlijnen (2024-1 vraag 11).
  • De magnetische noordpool van de aarde aangeven (2023-1 vraag 11).
  • Veld van fasedraad en nuldraad: netto nul bij gelijke stroom, niet bij lekstroom (2019-1 vraag 27, 3p).

Uitgewerkt voorbeeld

Stroomrichting in een spoel (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 12)

Binnen in een spoel lopen de veldlijnen van links naar rechts.

  1. Rechterhand: de duim wijst naar rechts (de noordpool zit rechts).
  2. De vingers krullen in de richting van de stroom door de windingen.
  3. Kijk je van rechts tegen de spoel aan, dan loopt de stroom tegen de klok in.

Aardlekschakelaar (examenstijl, vergelijk 2019-1 vraag 27)

Door fasedraad en nuldraad lopen even grote stromen in tegengestelde richting.

  • Hun cirkelvelden zijn even sterk en tegengesteld: het netto veld is nul.
  • Bij een lekstroom is de stroom in ÊÊn draad kleiner: er blijft een netto veld over en de schakelaar grijpt in.

Valkuilen

  • De linkerhand gebruiken.
  • Veldlijnen binnen een magneet ook van N naar Z tekenen (binnenin lopen ze van Z naar N).
  • De geografische en magnetische noordpool van de aarde verwarren.
  • Vergeten dat een veld ontstaat door bewegende lading, niet door stilstaande.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen: basisbegrip)
Onderwerpen die dit ondersteunt