Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, vaak 2–3 vragen per keer: de richting tekenen op de bijlage, en als middelpuntzoekende kracht voor een baanstraal of snelheid.

Wat moet je kunnen?

  • De richting van de lorentzkracht bepalen (ook voor negatieve lading) en daaruit het veld of de lading afleiden.
  • en gebruiken.
  • stellen voor een cirkelbaan: .

De kern

  • Richting (rechterhand): vingers langs , duim in de richting van de stroom (positieve lading), de handpalm duwt in de richting van .
  • Elektronen bewegen tegen de stroomrichting in: draai de stroomrichting om.
  • staat loodrecht op : de snelheid verandert van richting, niet van grootte. Zo ontstaat een cirkelbaan (zie Middelpuntzoekende kracht).
  • Snellere deeltjes: grotere . Sterker veld: kleinere .
  • Toepassingen: elektromotor, luidspreker, Hall-sensor, massaspectrometer.

Zo wordt het gevraagd

  • Richting van de lorentzkracht tekenen en daaruit het teken van de lading bepalen (2023-1 vraag 12, 3p).
  • afleiden uit (2022-1 vraag 19) en daarna toetsen aan 10% van de lichtsnelheid (2022-1 vraag 20).
  • Richting van de kracht op positieve bloedionen en de ladingsscheiding (2022-2 vraag 11).
  • Hall-spanning afleiden uit het evenwicht tussen lorentzkracht en elektrische kracht (2021-2 vraag 21, 4p).

Uitgewerkt voorbeeld

BΓ¨tadeeltje in een cirkelbaan (examenstijl, vergelijk 2022-1 vraag 19–20)

Een elektron beschrijft een cirkel met m in een veld van 1,0 mT.

  1. m/s
  2. 10% van de lichtsnelheid is m/s: de snelheid ligt daar net boven, dus relativistische effecten spelen al een (kleine) rol.

Valkuilen

  • De handregel voor een elektron toepassen zonder de richting om te draaien.
  • gebruiken als niet loodrecht op staat (neem de loodrechte component).
  • mT niet omrekenen naar T.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)