Prioriteit: 🟠 Midden

In 3 van de 8 onderzochte examenjaren, als redeneervraag (2–3p): waarom treedt een proces toch op, of wat doet een zwaardere isotoop met de tunnelkans?

Wat moet je kunnen?

  • Uitleggen waarom tunnelen mogelijk is (golffunctie in de barrière).
  • Beredeneren hoe de tunnelkans verandert met breedte, hoogte en massa.
  • Tunnelen gebruiken om een waarneming te verklaren (fusie, geur, isotoopeffect).

De kern

FactorEffect op de tunnelkans
dunnere barrièregroter
lagere barrière (ten opzichte van de energie van het deeltje)groter
kleinere massa (bijvoorbeeld H in plaats van D)groter
debroglie-golflengte groot ten opzichte van de barrièrebreedtegroter
  • Klassiek kan een deeltje met er niet overheen; quantummechanisch loopt de golffunctie exponentieel afnemend door de barrière en is er aan de andere kant een kleine kans om het deeltje aan te treffen.
  • Een zwaarder deeltje heeft een kleinere De Broglie-golflengte, dus een kleinere tunnelkans (isotoopeffect).
  • Hangt samen met de eindig diepe put uit Deeltje in een put.

Zo wordt het gevraagd

  • Tunnelen als verklaring waarom fusie optreedt bij energieën onder de klassieke drempel (2024-1 vraag 16, 3p).
  • Debroglie-golflengte vergeleken met de barrièrebreedte om de tunnelkans in te schatten (2018-1 vraag 9).
  • Effect van deuterium in plaats van waterstof op de tunnelkans (2018-1 vraag 10).
  • Isotoopeffect als steun voor een tunnelmodel (2019-1 vraag 22).

Uitgewerkt voorbeeld

Isotoopeffect (examenstijl, vergelijk 2018-1 vraag 10)

Waterstof wordt vervangen door deuterium (twee keer zo zwaar), bij dezelfde energie.

  1. wordt groter, dus wordt kleiner.
  2. De golffunctie neemt in de barrière sneller af.
  3. De tunnelkans wordt kleiner: het proces verloopt trager.

Valkuilen

  • Zeggen dat het deeltje “genoeg energie leent” of over de barrière springt.
  • Denken dat een zwaarder deeltje makkelijker tunnelt.
  • Vergeten dat de kans klein is, maar niet nul.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)