Prioriteit: 🟢 Laag

Expliciet genoemd in 2 van de 8 onderzochte examenjaren, maar de regels gelden voor elke reken- en afleidvraag.

Wat moet je kunnen?

  • Weten waarvoor je bij een berekening of afleiding de punten krijgt.
  • Weten wanneer je het completeerpunt verliest.

De kern

RegelPunt voor / verlies van het punt
1. gebruik van de formuleberekening: juiste formule en minstens één grootheid ingevuld. Afleiding: formule volledig genoteerd en er iets mee gedaan (zie Afleiden van een formule)
2. completerengeen punt bij een rekenfout (ook fout afronden), een ontbrekende of verkeerde eenheid, foutief combineren, of alleen een orde van grootte
3. significantiealleen beoordeeld als om een aantal of “het juiste aantal” significante cijfers gevraagd wordt (zie Significante cijfers)

Algemene principes:

  • Een fout wordt binnen één vraag maar één keer aangerekend, tenzij de vraag daardoor veel makkelijker wordt.
  • Een juist alternatief antwoord krijgt punten naar analogie van het beoordelingsmodel.
  • Overbodige juiste informatie kost niets; tegenstrijdige informatie wel.

Controleren

De regel “significantie alleen beoordeeld als erom gevraagd wordt (vanaf 2026)” komt uit de oude notitie. De digests van 2018 en 2019 noemen nog de oude regel (één cijfer meer of minder is toegestaan). Controleer dit in het correctievoorschrift van 2026.

Valkuilen

  • De eenheid vergeten bij het eindantwoord: kost het completeerpunt.
  • Een formule bij een afleiding maar half opschrijven.
  • Twee antwoorden geven “voor de zekerheid”: tegenstrijdig, dus geen punt.

Test jezelf


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen: examenregels)
Onderwerpen die dit ondersteunt