Prioriteit: 🟢 Laag
In 0 van de 3 onderzochte examenjaren als losse vraag; wel achtergrondkennis bij scenario’s waarin je zelf een beschouwing of betoog moet voorbereiden.
Wat moet je kunnen?
- Het schrijfdoel van een tekst(deel) benoemen.
- Bij gemengde teksten het belangrijkste doel bepalen.
De kern
| Tekstsoort | Schrijfdoel | Signalen |
|---|---|---|
| uiteenzettend | informeren | neutrale, beschrijvende taal |
| beschouwend | ter overweging aanbieden | enerzijds/anderzijds, open einde |
| betogend | overtuigen, tot actie aanzetten | waarderende taal, aansporingen (moeten, laten we) |
- Zie Tekstsoort bepalen voor het herkennen van de tekstsoort.
Valkuilen
- Een tekst met veel feiten automatisch “informeren” noemen, terwijl de feiten een standpunt onderbouwen (dan: overtuigen).
- Het doel van een voorbeeldalinea gelijkstellen aan het doel van de hele tekst.
Test jezelf
Welk schrijfdoel hoort bij een beschouwing?
Ter overweging aanbieden: de lezer laten nadenken.
Een tekst geeft cijfers over plastic in zee en eindigt met "Neem dus altijd je eigen tas mee." Wat is het belangrijkste doel?
Overtuigen / tot actie aanzetten: de cijfers dienen het standpunt.
Alle vindplaatsen
- Geen van de 6 onderzochte tijdvakken (2024 I/II, 2025 I/II, 2026 tijdvak 1/2) bevat een vraag die expliciet naar het schrijfdoel (informeren/ter overweging aanbieden/overtuigen) van een tekst(deel) vraagt.
- Wel impliciet relevant als achtergrondkennis bij scenario’s waarin de kandidaat zelf een beschouwing/betoog moet schrijven (bv. 2025 tijdvak I en II, waar “beschouwing” als doelgenre in de scenario-inleiding voorkomt), maar dit wordt niet als aparte leesvaardigheidsvraag getoetst.
- Aanwezig in 0 van de 3 onderzochte examenjaren — basiskennis uit de syllabus, maar in de praktijk zeer zelden een losse examenvraag.