Prioriteit: 🟢 Laag

In 2 van de 8 onderzochte examenjaren, als onderdeel van een pH-vraag of als “leg uit dat zich een buffer vormt”.

Wat moet je kunnen?

  • Herkennen of een mengsel een buffer is, en uitleggen hoe een buffer ontstaat.
  • Uitleggen hoe een buffer H₃O⁺ en OH⁻ wegvangt.

De kern

  • Buffer = zwak zuur + geconjugeerde base, allebei in flinke hoeveelheid (bijv. CH₃COOH/CH₃COO⁻, NH₄⁺/NH₃, H₂CO₃/HCO₃⁻).
  • Toevoegen van H₃O⁺:
  • Toevoegen van OH⁻:
  • Een buffer ontstaat ook als je een zwak zuur gedeeltelijk neutraliseert met een sterke base.
  • Bij gelijke hoeveelheden zuur en base is pH = p (zie pH-berekeningen zwakke zuren en basen).

Valkuilen

  • Een sterk zuur met zijn zout (HCl/NaCl) een buffer noemen: Cl⁻ is geen base.
  • Denken dat een buffer onbeperkt zuur of base kan opvangen.

Test jezelf


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)