Prioriteit: 🔴 Hoog
In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, als “geef de evenwichtsvoorwaarde” (1–2p) of als redenering met de evenwichtsvoorwaarde en temperatuur (2–3p).
Wat moet je kunnen?
- De evenwichtsvoorwaarde opstellen voor een gegeven evenwicht, ook met vaste stoffen, gassen of afkortingen.
- Met de concentratiebreuk en voorspellen welke kant een reactie op gaat.
- Uitleggen wat een verandering van temperatuur met doet.
- Redeneren met gekoppelde evenwichten (bijvoorbeeld verdeling over fasen, of bij een andere temperatuur).
De kern
Voor :
- Producten boven, beginstoffen onder, coëfficiënten als exponent.
- Vaste stoffen en water als oplosmiddel komen niet in de breuk.
- Bij gassen mag je ook met partiële drukken werken (in 2024-1 werden beide notaties goedgekeurd).
- hangt alleen af van de temperatuur, niet van de beginconcentraties en niet van een katalysator.
| Vergelijking | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| reactie loopt naar rechts tot | |
| evenwicht | |
| reactie loopt naar links |
Dynamisch evenwicht: beide reacties gaan door, maar even snel. Macroscopisch verandert er niets.
Bijzondere evenwichtsconstanten: , , (zuren en basen), (oplosbaarheidsproduct), (verdeling over twee fasen). Rekenen: zie Evenwichtsconstante berekeningen.

Zo wordt het gevraagd
- “Geef de evenwichtsvoorwaarde voor reactie X. Gebruik [afkorting] als aanduiding voor [stof]” (2022-1): 2p.
- “Geef de evenwichtsvoorwaarde voor evenwicht 1. Houd hierbij rekening met de omstandigheden die heersen in R2” (2021-1): let op fasen, vaste stof of water.
- “Leg uit of de temperatuur verhoogd of verlaagd moet worden om evenwicht 1 meer naar rechts te laten verschuiven” (2026-2).
- “Leg uit met behulp van de evenwichtsvoorwaarde of de totaal reinigende werking bij 37 °C hoger of lager is dan die bij 25 °C” (2026-1): 3p.
Uitgewerkt voorbeeld
Evenwichtsvoorwaarde opstellen (examenstijl, vergelijk 2021-1 vraag 8)
- :
- : vaste stoffen vallen weg, dus
- : water is oplosmiddel, dus
Welke kant op? Q vergelijken met K
, . Op een moment is M en M.
- : er moet meer HI komen, de reactie loopt naar rechts.
Controle: naar rechts wordt de teller groter en de noemer kleiner, zodat stijgt naar 50. ✓
Valkuilen
- Teller en noemer omdraaien.
- Coëfficiënten vergeten als exponent, of optellen in plaats van vermenigvuldigen.
- Een vaste stof of water (als oplosmiddel) in de breuk zetten.
- Denken dat verandert als je een concentratie verandert: alleen verandert.
- “Evenwicht” lezen als “50/50” of “de reactie staat stil”.
Test jezelf
Geef de evenwichtsvoorwaarde van .
Je voegt een katalysator toe aan een evenwichtsmengsel. Wat gebeurt er met K?
Niets: hangt alleen van de temperatuur af.
Wat betekent "dynamisch" in dynamisch evenwicht?
Heen- en terugreactie gaan allebei door, met gelijke snelheid. Daardoor veranderen de concentraties niet.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2022 tijdvak 1, vraag 4: evenwichtsvoorwaarde met een afkorting (2p)
- 2021 tijdvak 1, vraag 8: evenwichtsvoorwaarde met de omstandigheden in R2 (2p)
- 2026 tijdvak 1, vraag 3: redeneren met de evenwichtsvoorwaarde en Kz bij 25 en 37 °C (3p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 3: temperatuur verhogen of verlagen voor meer product (2p)
- 2023 tijdvak 1, vraag 11: concentratie- of pH-verschil verklaren met de evenwichtsvoorwaarde (3p)
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 7 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 87,5%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 3
- 2026 tijdvak 1: vraag 3
- 2025 tijdvak 2: vraag 8, 9
- 2025 tijdvak 1: vraag 9, 22
- 2024 tijdvak 2: vraag 19
- 2024 tijdvak 1: vraag 2
- 2023 tijdvak 1: vraag 11
- 2022 tijdvak 3: vraag 23
- 2022 tijdvak 1: vraag 4
- 2021 tijdvak 1: vraag 8
- 2019 tijdvak 2: vraag 27