Prioriteit: đź”´ Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, in vrijwel elke vraag: geen eigen scorepunt, maar een ontbrekende uitleg of berekening levert 0 punten op, ook als het eindantwoord klopt.

Wat moet je kunnen?

  • Aan het werkwoord zien hoe uitgebreid je antwoord moet zijn.
  • Bij “leg uit” een volledige redeneerketen opschrijven, van gegeven tot conclusie.
  • Bij “bereken”, “leid af” en “toon aan” elke stap zichtbaar maken.
  • Bij “voer de volgende opdrachten uit” alle deelopdrachten afwerken.

De kern

WerkwoordWat verwachten ze?
geef, noem, noteer, vul aankort antwoord (woord, formule, getal); geen toelichting nodig
beschrijfhele zinnen met alle gevraagde onderdelen; op microniveau met deeltjestermen
verklaaréén oorzaak-gevolgrelatie
leg uitmeerdere opeenvolgende oorzaak-gevolgstappen tot de conclusie
licht toekorte onderbouwing (één of enkele zinnen)
beargumenteer, beredeneerlogische onderbouwing met gegevens en vakkennis
bereken, bepaalformules, waarden en stappen zichtbaar; uitkomst met eenheid en juiste significantie
leid afalle stappen zichtbaar; bij een totaalreactie ook de deelreacties
toon aan, laat zien dateen bewijs dat het gestelde klopt; één voorbeeld is meestal niet genoeg
teken, maak compleetnauwkeurig, volgens de Notatieconventies structuurformules
  • “Leg uit of …”: begin met je conclusie of eindig ermee, maar de redenering moet er staan.
  • “Gebruik gegevens uit …”: noem die gegevens expliciet (bijvoorbeeld het kookpunt, de ).
  • Een gegeven antwoordformat (“Voor: … / Tegen: …”) volg je precies.

Zo wordt het gevraagd

  • De meest gebruikte werkwoorden: “Geef”, “Leg uit”, “Bereken”, “Teken”, “Maak compleet”, “Voer de volgende opdrachten uit” (elk tijdvak).
  • “Toon dit aan” bij een gegeven uitkomst (2026-1 vraag 6): je rekent naar het gegeven getal toe.
  • Het correctievoorschrift kent 0 punten toe als een gevraagde verklaring of berekening ontbreekt (genoemd in 2025-2 en 2022-1).

Uitgewerkt voorbeeld

"Leg uit" als keten (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 3)

Leg uit of de temperatuur verhoogd of verlaagd moet worden om evenwicht 1 meer naar rechts te laten verschuiven. (Gegeven: de reactie naar rechts is exotherm.)

  1. De reactie naar rechts is exotherm, dus de reactie naar links is endotherm.
  2. Bij temperatuurverlaging verschuift een evenwicht naar de exotherme kant.
  3. Conclusie: de temperatuur moet worden verlaagd.

Alleen “verlagen” opschrijven levert 0 punten op: de uitleg is het antwoord.

"Toon aan" (examenstijl, vergelijk 2026-1 vraag 6)

Gegeven: het water bevat “2,0 massa-ppm Cl”. Toon dit aan.

  • Goed: reken vanuit de gegevens (massa tablet, gehalte, volume, dichtheid) stap voor stap naar een uitkomst die gelijk is aan 2,0 ppm.
  • Fout: uitgaan van 2,0 ppm en terugrekenen, of alleen het getal herhalen.

Valkuilen

  • Bij “leg uit” alleen de conclusie geven.
  • Bij “verklaar” een lange uitleg geven die ook iets fouts bevat (tegenstrijdigheid kost het punt).
  • Bij “bereken” de eenheid of significantie vergeten.
  • Bij “voer de volgende opdrachten uit” een deelopdracht overslaan.
  • Macroniveau-taal (“de stof is plakkerig”) gebruiken als microniveau gevraagd is.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
  • (geen: dit is een basisvaardigheid)
Onderwerpen die dit ondersteunt