Prioriteit: 🔴 Hoog

In 7 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als “geef twee argumenten / uitgangspunten” in een vast antwoordformat (2p).

Wat moet je kunnen?

  • Bij een beschreven proces uitgangspunten van de groene chemie noemen waaraan het wel of niet voldoet, met een toelichting uit de tekst.
  • Argumenten voor en tegen een stelling over duurzaamheid geven.
  • Kwantitatief onderbouwen met Atoomeconomie en E-factor.
  • Redeneren over biogebaseerde versus fossiele grondstoffen (bijvoorbeeld met ¹⁴C).

De kern

Uitgangspunten (samengevat, de lijst staat in je informatieboek):

UitgangspuntEen “groen” proces …
preventievoorkomt afval in plaats van het achteraf op te ruimen
atoomeconomielaat zoveel mogelijk atomen in het product terechtkomen
minder gevaarlijke synthesesgebruikt en maakt zo min mogelijk giftige stoffen
veilige productenontwerpt producten die werken maar weinig schade doen
veilige oplosmiddelen en hulpstoffengebruikt er zo min mogelijk, en dan onschadelijke (bijv. water)
energie-efficiëntiewerkt bij lage temperatuur en druk
hernieuwbare grondstoffengebruikt biomassa in plaats van aardolie
minder tussenstappenvermijdt beschermgroepen en extra stappen
katalysegebruikt katalysatoren in plaats van reagentia in overmaat
afbreekbaar ontwerpmaakt producten die na gebruik afbreken
analyse tijdens het procesmeet direct om vervuiling te voorkomen
veiligheidvoorkomt ongelukken (explosie, brand, lekkage)

Controleren

De nummering van de uitgangspunten in Binas/ScienceData is niet gecontroleerd. Examenvragen verwijzen soms naar “uitgangspunt 1” en “uitgangspunt 2” (2018-1, 2019-1): zoek de nummers op in je eigen informatieboek.

Antwoordtechniek: noem het uitgangspunt en het concrete gegeven uit de tekst. “Het is duurzamer” levert niets op.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef twee verschillende uitgangspunten van de groene chemie, waaraan het kraft-proces voldoet”, in het format “Uitgangspunt … – toelichting: …” (2024-2).
  • “Geef één argument vóór en twee argumenten tégen deze stelling”, format “Voor: … / Tegen: … / Tegen: …” (2023-2).
  • “Geef twee argumenten voor de stelling dat deze productie … nog niet groen kan worden genoemd. Baseer je argumenten op de uitgangspunten …” (2019-1).
  • “Leg uit of het gehalte ¹⁴C in [biogebaseerd product] hoger of lager is dan in [product] op basis van fossiele grondstoffen” (2022-2).

Uitgewerkt voorbeeld

Voor en tegen (examenstijl, vergelijk 2023-2 vraag 22)

Stelling: “Het nieuwe proces, dat suiker uit bieten gebruikt in plaats van aardolie, is groener.” Gegeven: het nieuwe proces werkt bij 250 °C (oud: 80 °C) en levert meer bijproducten.

  • Voor: hernieuwbare grondstof (suiker uit biomassa in plaats van aardolie).
  • Tegen: hogere temperatuur, dus meer energieverbruik (energie-efficiëntie).
  • Tegen: meer bijproducten, dus lagere atoomeconomie / meer afval (preventie).

¹⁴C als bewijs voor biogebaseerd (examenstijl, vergelijk 2022-2 vraag 16)

  1. Planten nemen CO₂ uit de lucht op, waarin steeds wat ¹⁴C zit.
  2. Aardolie is miljoenen jaren oud: het ¹⁴C (halveringstijd ongeveer 5700 jaar) is vrijwel volledig vervallen.
  3. Dus: het biogebaseerde product bevat meer ¹⁴C.

Valkuilen

  • Een uitgangspunt noemen zonder toelichting uit de context.
  • Twee argumenten geven die eigenlijk hetzelfde uitgangspunt zijn, terwijl “twee verschillende” gevraagd wordt.
  • “Biologisch” automatisch “groen” noemen: kijk ook naar energie, afval en oplosmiddelen.
  • Het voorgeschreven antwoordformat niet volgen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt