Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, bijna elk tijdvak een blokschema compleet maken (3–5p), vaak de zwaarste toepassingsvraag.

Wat moet je kunnen?

  • Een blokschema compleet maken: ontbrekende reactoren, scheidingsruimtes, pijlen en stofnamen.
  • Hergebruik van stoffen verwerken: onomgezette beginstoffen en hulpstoffen terug naar de juiste plek.
  • Uitleggen waarom een deel van een recyclestroom moet worden afgevoerd (spui) of eerst bewerkt moet worden.
  • Uit een blokschema de totaalreactie afleiden.

De kern

BegripBetekenis
R1, R2 …reactor: hier vindt een reactie plaats
S1, S2 …scheidingsruimte: stoffen worden gescheiden (zie Scheidingsmethoden)
stofstroompijl met alle stoffen die erdoor gaan
recyclestroomonomgezette of teruggewonnen stof terug naar een eerdere stap
spuiafvoer van een klein deel van een recyclestroom
warmtewisselaarwarmte van een hete stroom overdragen aan een koude
batch- vs continuprocesproductie in porties vs ononderbroken productie
bulk- vs fijnchemiegrote hoeveelheden basischemicaliën vs kleine hoeveelheden specialistische stoffen

Stappenplan voor het blokschema:

  1. Zet bij elke reactor welke stoffen erin gaan en wat eruit komt (beginstoffen, producten, onomgezette stof).
  2. Kijk bij elke scheiding welke eigenschap gebruikt wordt (kookpunt, oplosbaarheid) en welke stof welke kant op gaat.
  3. Stuur elke bruikbare stof terug naar de plek waar hij nodig is. Alleen product en echt afval verlaten het proces.
  4. Controleer: gaat elke stof die een reactor verlaat ergens heen?

Spui: een stof die niet reageert en niet wordt afgescheiden (bijvoorbeeld een inert gas) hoopt op in de kringloop. Daarom voer je een deel van die stroom af.

Zo wordt het gevraagd

  • “Maak op de uitwerkbijlage het blokschema compleet. Teken ontbrekende pijlen en noteer ontbrekende stoffen bij de pijlen. Houd hierbij rekening met hergebruik van stoffen.” Deze zin komt vrijwel elk jaar terug (2024-2, 2021-3, 2024-1). Punten per juiste stofstroom en per juiste recyclestroom.
  • “Leg uit dat een deel van deze gasstroom moet worden afgevoerd” (2026-1): ophoping van een inerte stof.
  • “Leg uit welke bewerking … moet ondergaan voordat het kan worden teruggevoerd” (2019-2, 2022-2).
  • “Geef bij elke warmtewisselaar aan welke stroom warm/koud is” (2025-1).

Uitgewerkt voorbeeld

Ammoniaksynthese als blokschema

N₂ en H₂ reageren in R1 maar niet volledig: . In S1 wordt afgekoeld; NH₃ condenseert (hoogste kookpunt), N₂ en H₂ blijven gas. De N₂ komt uit lucht en bevat wat argon, dat niet reageert.

flowchart LR
    A[N₂ + H₂ + Ar] --> R1[R1]
    R1 -->|NH₃, N₂, H₂, Ar| S1[S1: koelen]
    S1 -->|NH₃ vloeibaar| P[product]
    S1 -->|N₂, H₂, Ar| R1
    S1 -.->|spui: klein deel| X[afvoer]

Waarom spui? Argon reageert niet en condenseert niet in S1, dus het blijft rondgaan en hoopt op. Een klein deel van de gasstroom wordt daarom afgevoerd. ✓

Recyclestroom bewerken (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 18)

Natronloog wordt in S2 teruggewonnen, maar bij de reactie ontstaat water. Als je het zo terugvoert, wordt de oplossing steeds verder verdund. Bewerking: indampen (water verwijderen) voordat het natronloog terug de reactor in gaat.

Valkuilen

  • Onomgezette beginstof als afval laten eindigen in plaats van terugvoeren.
  • Een pijl zonder stofnaam, of een stofstroom waarin een stof “verdwijnt”.
  • Een stof terugvoeren naar een reactor waar hij niet nodig is.
  • Bij destillatie de verkeerde kant kiezen: de stof met het laagste kookpunt gaat als eerste als gas weg.
  • De spui vergeten bij een inerte stof in een kringloop.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt