Prioriteit: 🔴 Hoog
In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als rekenvraag van 2–4p: atoomeconomie of E-factor berekenen, soms gecombineerd met het rendement.
Wat moet je kunnen?
- De atoomeconomie berekenen uit een (totaal)reactievergelijking en molaire massa’s.
- De E-factor berekenen, ook bij een rendement onder 100%.
- Omgekeerd: uit een gegeven E-factor het rendement berekenen.
- Uitleggen wat een verandering in rendement, bijproduct of recycling doet met de E-factor.
De kern
| Atoomeconomie | E-factor | |
|---|---|---|
| Waar reken je mee? | de reactievergelijking (coëfficiënt × ) | de werkelijke massa’s (incl. rendement) |
| Goed proces | hoog (max. 100%) | laag (min. 0) |
| Rendement telt mee? | nee | ja: niet-omgezette beginstof is afval |
- Rekenen in de atoomeconomie gaat per mol reactievergelijking: vermenigvuldig elke met de coëfficiënt.
- Bij een rendement van 100% en zonder hulpstoffen geldt: (AE als fractie). Dat is de minimale E-factor van de reactie.
- Hoe lager het rendement, hoe hoger de E-factor.
- Formules staan in je informatieboek (onderdeel groene chemie).
Zo wordt het gevraagd
- “Bereken de atoomeconomie van de productie van … uit …” Vaak moet je eerst zelf de totaalvergelijking opstellen uit deelreacties of een blokschema (2021-3, 2019-2). Punten: juiste coëfficiënten en molaire massa’s, daarna de rest van de berekening.
- “Bereken de E-factor van reactie … bij een rendement van …%. Beschouw water hierbij als afval.” Soms gevolgd door “Leg uit of deze E-factor de minimale of de maximale waarde was” (2024-1).
- “Bereken het rendement van deze reactie” met een gegeven E-factor (2026-2).
- Als argument in een duurzaamheidsvraag: een proces “levert meer afval op / heeft een lagere atoomeconomie” (2023-2).
Uitgewerkt voorbeeld
Atoomeconomie (examenstijl, vergelijk 2018-1 vraag 2)
Bereken de atoomeconomie van de productie van ethanol uit glucose.
- Beginstoffen: g
- Gewenst product: g
- 51,1%
Controle: CO₂ is de rest, g, en ✓
E-factor bij een rendement van 70%
Ethaanzuur + ethanol → ethylethanoaat + water (: 60,05 + 46,07 → 88,10 + 18,02)
- Per mol: beginstoffen g
- Product bij 70%: g
- Afval: g
- 0,72
Controle: bij 100% zou de E-factor zijn. Lager rendement geeft een hogere E-factor. ✓
Valkuilen
- Coëfficiënten vergeten: rekenen met van één molecuul terwijl er 2 mol ontstaat.
- In de atoomeconomie delen door de massa van alle producten in plaats van de beginstoffen. Door massabehoud is dat hetzelfde getal, maar alleen als de vergelijking klopt.
- Bij de E-factor het niet-omgezette deel van de beginstoffen vergeten als afval te tellen.
- E-factor als percentage opschrijven. Het is een kale verhouding (kg afval per kg product).
- Een deelreactie gebruiken terwijl de vraag over het totale proces gaat.
Test jezelf
Een reactie heeft een atoomeconomie van 100%. Wat is de minimale E-factor?
0: alle atomen komen in het product, er ontstaat bij volledige omzetting geen afval.
Ethylethanoaat (zie voorbeeld): de E-factor van het proces is 1,0. Wat is het rendement?
g. Rendement 60%.
Onomgezette beginstof wordt teruggevoerd naar de reactor. Wat gebeurt er met de E-factor van het totale proces? En met de atoomeconomie?
De E-factor daalt, want minder beginstof wordt afval. De atoomeconomie blijft gelijk, want die hangt alleen af van de reactievergelijking.
Examenvragen om te oefenen
Doe deze vragen uit echte examens
- 2026 tijdvak 1, vraag 22: atoomeconomie van de totaalreactie en E-factor van het totale proces (4p)
- 2024 tijdvak 1, vraag 5: E-factor bij een gegeven rendement, minimaal of maximaal? (3p)
- 2026 tijdvak 2, vraag 16: rendement berekenen uit een gegeven E-factor (3p)
- 2018 tijdvak 1, vraag 2: atoomeconomie van ethanol en van HMF uit glucose (3p)
- 2021 tijdvak 3, vraag 5: atoomeconomie, eerst de totaalvergelijking opstellen
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 8 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 100%.
- 2026 tijdvak 2: vraag 16
- 2026 tijdvak 1: vraag 22
- 2025 tijdvak 2: vraag 19
- 2024 tijdvak 1: vraag 5
- 2023 tijdvak 2: vraag 22
- 2022 tijdvak 1: vraag 1
- 2021 tijdvak 3: vraag 5
- 2021 tijdvak 2: vraag 2 (één deelscore van de 4)
- 2019 tijdvak 2: vraag 21
- 2019 tijdvak 1: vraag 7
- 2018 tijdvak 1: vraag 2