Prioriteit: 🟠 Midden

In 5 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal als reactievergelijking (hydrolyse, condensatie) of als fragment van een polysacharide tekenen (2–3p).

Wat moet je kunnen?

  • Condensatie en hydrolyse van sachariden in een vergelijking weergeven.
  • Een fragment van een polysacharide tekenen met koppeling via C1 en C4, in de ruimtelijke notatie van het informatieboek.
  • Werken met formules als H–(Cβ‚…Hβ‚ˆOβ‚„)ₙ–OH.

De kern

SoortVoorbeeldFormule
monosacharideglucose, fructoseC₆H₁₂O₆
disacharidesacharoseC₁₂Hβ‚‚β‚‚O₁₁
polysacharidezetmeel, celluloseH–(C₆H₁₀Oβ‚…)ₙ–OH
  • Koppeling: OH van C1 van de ene eenheid + OH van C4 van de andere β†’ C–O–C-binding + Hβ‚‚O.
  • Hydrolyse: per verbroken binding gaat er één Hβ‚‚O in.
  • Glucose en mannose verschillen alleen in de ruimtelijke ligging van de OH op C2 (zie Isomerie).
  • Functie: energieopslag (zetmeel) en bouwstof (cellulose).

Zo wordt het gevraagd

  • β€œTeken de structuurformule van een gedeelte van een molecuul glucomannan … ontstaan uit een molecuul D-mannose en een molecuul D-glucose” (2024-2): koppeling via C1 en C4, juiste stereochemie op C2 (3p).
  • Vorming van furfural uit xylaan H–(Cβ‚…Hβ‚ˆOβ‚„)ₙ–OH met water als enig bijproduct (2025-1).
  • Reactie van sacharose met water, met de molecuulformule uit het informatieboek (2025-2).

Uitgewerkt voorbeeld

Volledige hydrolyse van xylaan (examenstijl, vergelijk 2019-2 vraag 14)

  1. Een keten van eenheden heeft bindingen, dus Hβ‚‚O.
  2. Controle H: links , rechts . βœ“
  3. Controle O: links , rechts . βœ“

Valkuilen

  • Bij hydrolyse in plaats van watermoleculen nemen.
  • Koppelen via de verkeerde C-atomen (lees de vraag: meestal C1 en C4).
  • De ruimtelijke ligging van de OH-groepen niet overnemen uit het informatieboek.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt