Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, meestal 1–3 vragen van 2p: “leg uit welke vorm van stereo-isomerie …” of een stereo-isomeer tekenen.

Wat moet je kunnen?

  • Per stof beslissen of stereo-isomerie mogelijk is, en welke vorm: cis-trans of spiegelbeeldisomerie.
  • Een asymmetrisch centrum aanwijzen en het spiegelbeeld van een molecuul tekenen.
  • Structuurisomeren tellen of tekenen bij een gegeven molecuulformule.
  • Uitleggen waarom een enzym maar één stereo-isomeer vormt of omzet.

De kern

SoortWat is anders?Voorwaarde
structuurisomerievolgorde van de atomen (keten, vertakking, plaats van een groep)zelfde molecuulformule
cis-trans-isomerieligging van groepen rond een dubbele binding of ringgeen vrije draaibaarheid (C=C, C=N, N=N, ring) én beide atomen van de binding hebben twee verschillende groepen
spiegelbeeldisomeriemolecuul en spiegelbeeld zijn niet op elkaar te leggeneen asymmetrisch centrum: atoom met vier verschillende groepen
  • Een asymmetrisch centrum is meestal een C-atoom, maar het kan ook een ander atoom zijn (S in 2019-2, P in 2024-2).
  • Met asymmetrische C-atomen zijn er maximaal stereo-isomeren.
  • Spiegelbeeldisomeren hebben vrijwel dezelfde fysische eigenschappen, maar kunnen biologisch heel anders werken: een enzym “past” op maar één van de twee.
  • Structuurisomeren kunnen duidelijk verschillende eigenschappen hebben.

Zo wordt het gevraagd

  • “Geef per stof aan of stereo-isomerie niet of wel mogelijk is … geef dan aan welke vorm van stereo-isomerie dat is” (2026-2).
  • “Leg uit welke vorm van stereo-isomerie kan optreden bij …” (2024-2): noem het asymmetrisch centrum of de dubbele binding en waarom.
  • “Teken de schematische structuurformule van het spiegelbeeld van …” (2024-2): een structuurisomeer in plaats van het spiegelbeeld levert 0 punten.
  • “Geef het aantal mogelijke structuurisomeren …” (2022-3): let op symmetrie, gelijkwaardige posities tellen maar één keer.
  • “Leg uit dat van SAM twee stereo-isomeren bestaan” (2019-2) en ”… waarom slechts een van beide … wordt gevormd”: enzymen zijn stereospecifiek.

Uitgewerkt voorbeeld

Stereo-isomerie per stof (examenstijl, vergelijk 2026-2 vraag 14)

StofRedeneringConclusie
but-2-een, CH₃–CH=CH–CH₃beide C-atomen van C=C hebben H en CH₃cis-trans
but-1-een, CH₂=CH–CH₂–CH₃C1 heeft twee H-atomengeen
butaan-2-ol, CH₃–CH(OH)–CH₂–CH₃C2 heeft H, OH, CH₃ en C₂H₅spiegelbeeld
propaan-2-ol, CH₃–CH(OH)–CH₃C2 heeft twee keer CH₃geen

Structuurisomeren tellen (examenstijl, vergelijk 2022-3 vraag 1)

Hoeveel structuurisomeren heeft C₄H₉Cl?

  1. Rechte keten C–C–C–C: Cl op C1 of C2 (C3 en C4 zijn gelijk aan C2 en C1) → 2
  2. Vertakte keten C–C(C)–C: Cl op een eind-C of op het middelste C → 2
  3. Totaal: 4 (1-chloorbutaan, 2-chloorbutaan, 1-chloor-2-methylpropaan, 2-chloor-2-methylpropaan)

Controle: alleen 2-chloorbutaan heeft een asymmetrisch C-atoom, dus dat bestaat ook nog als twee spiegelbeeldisomeren. ✓

Valkuilen

  • Cis-trans noemen bij een C=C waarvan één C-atoom twee gelijke groepen heeft.
  • Een C-atoom met twee dezelfde groepen (twee H’s of twee CH₃’s) asymmetrisch noemen.
  • Bij “teken het spiegelbeeld” een structuurisomeer tekenen, of het molecuul alleen draaien.
  • Symmetrisch gelijke posities dubbel tellen bij structuurisomeren.
  • Alleen de vorm noemen zonder uitleg: het punt zit meestal in het waarom.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt