Prioriteit: 🟢 Laag
In 2 van de 8 onderzochte examenjaren, als “geef de naam van het reactietype” of het herkennen van additie en eliminatie in een blokschema.
Wat moet je kunnen?
- Bij een gegeven omzetting het reactietype noemen.
- Voorspellen welk product ontstaat bij een reactietype.
De kern
| Type | Wat gebeurt er? | Voorbeeld |
|---|---|---|
| additie | molecuul hecht aan C=C (of C=O); twee → één | etheen + H₂ → ethaan |
| eliminatie | klein molecuul (H₂O, HCl) eraf, C=C ontstaat | alcohol → alkeen + H₂O |
| substitutie | atoom of groep wordt vervangen | CH₄ + Cl₂ → CH₃Cl + HCl |
| condensatie | twee moleculen koppelen, klein molecuul eraf | zuur + alcohol → ester + H₂O |
| hydrolyse | splitsen met water | ester + H₂O → zuur + alcohol |
| ontleding | één stof → meerdere (thermolyse, fotolyse, elektrolyse) | CaCO₃ → CaO + CO₂ |
| verbranding | reactie met O₂ | volledig → CO₂ + H₂O |
| zuur-base / redox | overdracht van H⁺ / van e⁻ | zie Zuren en basen herkennen, Redoxreacties |
Valkuilen
- Condensatie en eliminatie verwarren: bij condensatie koppelen twee moleculen, bij eliminatie valt iets af van één molecuul.
- Additie noemen bij een reactie waar ook een klein molecuul afsplitst.
Test jezelf
2-Methylpropaan-1-ol wordt onder afsplitsing van water omgezet in methylpropeen. Welk reactietype?
Eliminatie (er ontstaat een C=C).
Propeen reageert met waterstof tot propaan. Welk reactietype?
Additie.
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 2 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden) — 25%.
- 2025 tijdvak 2: vraag 6
- 2018 tijdvak 2: vraag 22
- 2018 tijdvak 1: vraag 21