Prioriteit: 🟢 Laag
In 1 van de 8 onderzochte examenjaren (2024 tijdvak 1), als ondersteunende redenering over het teken en de grootte van de helling.
Wat moet je kunnen?
- Van de grafiek van de hellinggrafiek schetsen, en omgekeerd.
- Uit het teken van afleiden of stijgt of daalt.
De kern
| Grafiek van | Hellinggrafiek |
|---|---|
| stijgt | boven de -as |
| daalt | onder de -as |
| top (max of min) | nulpunt met tekenwisseling |
| horizontaal buigpunt | nulpunt zonder tekenwisseling (raakt de -as) |
| buigpunt | top van |
| toenemend stijgend | stijgt |
- Zie Stijgen, dalen en extremen en Buigpunten.

Valkuilen
- De hellinggrafiek tekenen alsof het de grafiek van is (bij een top van is juist 0).
- Een nulpunt van zonder tekenwisseling een extreem noemen (bij is , maar er is geen top).
Test jezelf
De hellinggrafiek van snijdt de -as in en gaat daar van positief naar negatief. Wat heeft in ?
Een maximum.
Waar ligt het buigpunt van als een minimum heeft in ?
In .
Alle vindplaatsen
Aangetroffen in 1 van de 8 onderzochte examenjaren (2018–2026, 2020: geen examen gehouden): 2024 — 12,5%.
- 2024 tijdvak I
- Vraag 1 (3p): zichtbaar in correctievoorschrift — teken van f’(1) bepaalt of de grafiek stijgt.
- Vraag 6 (6p): in vraagstelling — “De helling van de raaklijn in A aan de grafiek van g is −6.”
- Vraag 10 (6p): zichtbaar in correctievoorschrift — helling van de raaklijn bepaald via dy/dx = (dy/dt)/(dx/dt).
- Komt 3× voor.
Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
- (geen)