Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1–3 keer per tijdvak: top berekenen, minimale lengte of maximale oppervlakte, of bewijzen dat een grafiek stijgt.

Wat moet je kunnen?

  • Met het teken van bepalen waar stijgt of daalt.
  • Extremen berekenen () en met een tekenschema of aangeven of het max of min is.
  • Bewijzen dat een grafiek in een punt of op een interval stijgt of daalt.

De kern

stijgend
dalend
met wissel maximum
met wissel minimum
zonder wisselgeen extreem (bijv. in 0)
  • Alternatief: → max, → min.
  • Toenemend stijgend: en ; afnemend stijgend: en (zie Buigpunten).
  • Een extreem op een begrensd domein kan ook aan de rand liggen (zie Optimaliseren).

Zo wordt het gevraagd

  • “Bewijs dat de grafiek van f in A stijgt.” (2024-1 vraag 1).
  • Top van via (, 2026-2 vraag 10).
  • “Deze lengte heeft een minimum. Bereken exact voor welke positieve waarde van a de lengte van lijnstuk ST minimaal is.” (2024-1 vraag 14).
  • Maximale - en -coördinaat van een baan via en (2026-1 vraag 12).

Uitgewerkt voorbeeld

Toppen met een tekenschema

  1. Nulpunten: en
  2. Tekenschema : voor , tussen en , na
  3. Max , min .

Stijgen in een punt bewijzen (examenstijl, vergelijk 2024-1 vraag 1)

. Bewijs dat de grafiek in stijgt.

  1. , dus de grafiek stijgt in . ✓

Valkuilen

  • Een nulpunt van zonder controle “top” noemen.
  • De -coördinaat geven terwijl de maximale waarde gevraagd is.
  • Bij “exact” de top met de GR bepalen.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt