Prioriteit: 🔴 Hoog

In 8 van de 8 onderzochte examenjaren, 1–3 vragen per tijdvak: “Bereken exact de oppervlakte van V” (3–6p), vaak met meerdere grafieken of een lijn.

Wat moet je kunnen?

  • De grenzen (snijpunten) en welke grafiek boven ligt bepalen.
  • Een oppervlakte opstellen als integraal van boven − onder, of als som en verschil van integralen en driehoeken.
  • Rekening houden met stukken onder de -as.

De kern

SituatieAanpak
grafiek boven -as
grafiek onder -as
wisselt van tekensplits bij het nulpunt
tussen twee grafieken tussen de snijpunten
begrensd door een lijnsoms handiger: integraal plus of min een driehoek

Zo wordt het gevraagd

  • “V is het vlakdeel dat wordt ingesloten door de grafiek van , de -as en de lijn . Bereken exact de oppervlakte van V.” (2026-1 vraag 7).
  • Vergelijken van twee oppervlakten, een driehoek en een integraal (2026-2 vraag 1, 6p).
  • Vlakdeel begrensd door , , assen en een lijn, meerdere integralen combineren (2025-1 vraag 10, 6p).
  • “De grafieken van deze functies sluiten een vlakdeel in. Bereken exact de oppervlakte.” (2023-2 vraag 8).

Uitgewerkt voorbeeld

Tussen twee grafieken

Bereken exact de oppervlakte ingesloten door en .

  1. Snijpunten: of .
  2. Op ligt boven .

Stuk onder de -as

Bereken de oppervlakte tussen , de -as en de lijnen en .

  1. Nulpunt op : . Op ligt de grafiek onder de -as.
  2. en

Controle: is niet de oppervlakte. ✓

Valkuilen

  • De integraal over een stuk onder de -as gewoon meetellen.
  • Boven en onder verwisselen (negatieve uitkomst).
  • De snijpunten met de GR bepalen bij “exact”.

Test jezelf

Examenvragen om te oefenen


Ondersteunende onderwerpen
Onderwerpen die dit ondersteunt
  • (geen)